In opdracht van De Woonplaats heeft het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie (BAAC bv) een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Lage Bothof Noord te Enschede. Aanleiding voor dit onderzoek is een herontwikkeling van het gebied waarbij de bestaande bebouwing gesloopt zal worden.Tijdens het verkennende veldonderzoek kon worden aangetoond dat in het centraal oostelijke deel van het plangebied een nog intact plaggendek met daaronder een B-horizont aanwezig is, waaronder het archeologisch relevante sporenniveau vermoedelijk nog intact aanwezig kan zijn. In dit gebied wordt het archeologisch relevante niveau verwacht aan de top van de B-horizont, op een diepte van circa 40 tot 60 cm onder maaiveld.Dit oostelijke deel van het plangebied is mogelijk een restant van het grote akkercomplex van de Enscheder Es. De akkers werden aangelegd op de voor landbouw meest geschikte delen van het terrein. De bijbehorende bewoning zal aanvankelijk midden tussen de akkers hebben gestaan en later aan de randen van het akkercomplex. Op het oorspronkelijk lagere deel van het plangebied is in de boringen 12 en 13 een nog grotendeels intacte begraven podzolbodem onder een betonvloer aangetroffen. Het hoogteverschil van het oorspronkelijke maaiveld op een afstand van circa 40 m tussen de boringen 12 en 13 bedraagt 70 cm. Deze locatie was vanwege de lagere ligging vermoedelijk niet aantrekkelijk voor permanente bewoning of voor tijdelijke kampementen.In de overige delen van het plangebied is de bodem dermate verstoord, dat verwacht wordt dat een eventueel archeologisch niveau en ook diepere sporen hier verstoord zullen zijn.