In opdracht van Sweco Nederland B.V. heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in maart 2017 een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van projectplan Versterken 150 KV-net Zeeuws-Vlaanderen. Het totale plangebied (tracé) heeft een lengte van circa 9,89 km, aangevuld met twee alternatieve stroken met een totale lengte van circa 0,84 km. De lengte van de delen die middels open ontgraving worden aangelegd bedraagt ongeveer 7,20 km, de delen die aangelegd worden door middel van een boring is circa 2,69 km. De twee alternatieve stroken zijn eveneens voorzien als geboorde trajecten. De nieuw aan te leggen kabel komt op een diepte van 1,8 m –mv te liggen in een zandbed dat tot maximaal 2,1 m- mv wordt aangelegd. De totale breedte van de strook waarbinnen de nieuwe kabel zal worden aangelegd bedraagt 11 m (5,5 aan weerszijde van het hart van het tracé). Behalve de 11 m brede strook is ook nog een extra werkstraat noodzakelijk. In deze werkstraat met een breedte van 24 m (2x 12 m langs beide zijden van de strook) worden geen graafwerkzaamheden voorzien, deze is dan ook niet als onderdeel van het plangebied in dit rapport opgenomen.Het tracé snijdt door meerdere bestemmingsplannen of gebieden waarvoor een beheersverordening geldt. Voor een groot deel van het projectgebied is daarbij een Dubbelbestemming Waarde Archeologie opgenomen met oppervlaktevrijstellingsgrenzen variërend tussen 100 en 1.000 m2 en een diepte van 0,50 m. De voorgenomen ontwikkelingen passen niet binnen de bestaande ruimtelijke kaders. Voorliggend Archeologisch Bureauonderzoek werd uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Op basis van het voorliggende bureauonderzoek en de hierin opgestelde archeologische verwachting zijn voor het plangebied zones en niveaus aangeduid waarvoor wel of geen archeologische verwachting geldt.Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens alsook de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 werd in het bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Dit betreft een uiteenlopende archeologische verwachting, gekoppeld aan de geologische gelaagdheid en inpolderingsgeschiedenis. Samenvattend kan gesteld worden dat binnen het plangebied en alternatief tracé 7 zones zijn vastgesteld met een afzonderlijke archeologische verwachting (gebieden A tot en met G) en één gebied waarvoor geen verwachting geldt (gebied H). Voor het gehele plangebied geldt een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het Midden- tot Laat-Paleolithicum op het niveau van de Formatie van Koewacht en Laat-Paleolithicum op het niveau van het Laagpakket van Singraven (Formatie van Boxtel), voor zover deze niet weg geërodeerd zijn door latere geulactiviteit vanuit het Laagpakket van Walcheren. Voor gebied A geldt geen verwachting voor de Prehistorie (Mesolithicum en later) tot Romeinse Tijd, een lage verwachting voor de Vroege Middeleeuwen, een lage tot geen verwachting voor de Late Middeleeuwen en een lage verwachting voor de Nieuwe Tijd. Uitzondering hierop is de mogelijke locatie van de 17e-eeuwse Schans Boerengat waar een hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd geldt en Zone 1 waar op basis van eerder onderzoek in de omgeving gebleken is dat er intacte afzettingen van het Laagpakket van Wierden aanwezig kunnen zijn. Op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 is de vrijstellingsgrens voor het grootste deel van gebied A op 0,5 m –mv behouden. Uitzondering is Zone 1 waar de vrijstelling naar onder is bijgesteld, naar 3 m –mv. Voor de gebieden met de geologische opbouw B geldt geen archeologische verwachting voor de Prehistorie (Mesolithicum en later) tot en met Late Middeleeuwen. Gebied B komt voor in verschillende polders, deze zijn ingepolderd tussen 1638 en 1912 maar voornamelijk in de 19e eeuw. Voor de Nieuwe Tijd geldt een lage verwachting voor sporen van bewoning vanaf de inpoldering. Het plangebied wordt doorsneden door enkele infrastructuren (dijken, wegen, spoorlijn,…), voor dergelijke elementen geldt dan ook plaatselijk een hoge verwachting. Op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 hebben de gebieden B een vrijstelling gekregen tot een diepte van meer dan 4 m –mv, deze zijn dan ook volledig vrijgesteld. In gebied C is een geen archeologische verwachting voor de Prehistorie (Mesolithicum en later) tot en met Late Middeleeuwen vastgesteld. De verwachting voor de Nieuwe Tijd is laag voor vindplaatsen die dateren na de inpoldering in 1638. Ook dit gebied is gelegen in een zone die op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 een vrijstelling tot een diepte van meer dan 4 m –mv heeft en is bijgevolg volledig vrijgesteld. Voor gebied D geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit Finaal-Paleolithicum tot Midden-Neolithicum, een lage verwachting voor vindplaatsen uit het Midden-Neolithicum tot en met de Bronstijd en de Vroege Middeleeuwen. Er geldt geen verwachting voor de IJzertijd en Romeinse Tijd. De verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is hoog. Het gebied doorsnijdt mogelijk de kern van de 17e-eeuws Schans Boerengat en wordt doorsneden door dijken en wegen. Zones 2 en 23 van gebied D zijn gelegen in een gebied dat op basis van eerder onderzoek in de ruime omgeving op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 een grotere vrijstellingsdiepte heeft gekregen. Gelet op de verwachting op het niveau van het Laagpakket van Wierden betreft dit slechts een vrijstelling tot 3 m –mv. Voor de overige zones die in gebied D gelegen zijn (Zones 4 en 27) is op de vrijstellingenkaart de vrijstellingsdiepte van 0,5 m –mv behouden. In het gebied E geldt een lage verwachting voor vindplaatsen uit het Midden-Neolithicum tot en met de Bronstijd en een hoge verwachting voor vindplaatsen uit Finaal-Paleolithicum tot Midden-Neolithicum. Er geldt geen verwachting voor de IJzertijd en Romeinse Tijd en een lage verwachting voor de Vroege Middeleeuwen. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting, de verwachting voor de Nieuwe Tijd is hoog voor vindplaatsen vanaf de definitieve inpoldering in 1542 en 1638. Gebied E is gelegen in en zone waarvoor op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 geen grotere vrijstellingsdiepte is opgenomen, deze is op 0,5 m –mv behouden. Gebied F betreft een gebied waar een hoge verwachting voor vindplaatsen uit Finaal-Paleolithicum tot Midden-Neolithicum, een lage verwachting voor vindplaatsen uit het Midden-Neolithicum tot en met de Bronstijd en een hoge verwachting voor de IJzertijd en Romeinse Tijd geldt. Er geldt tevens een lage verwachting voor de Vroege Middeleeuwen en een middelhoge voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd vanaf de inpoldering in de 17e en 18e eeuw. Het gebied wordt vanaf de 17e eeuw doorsneden door een weg en wordt doorsneden door verschillende polderdijken. Gebied F is eveneens gelegen in en zone waarvoor op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 geen grotere vrijstellingsdiepte is opgenomen, waar 0,5 m –mv is behouden. In gebied G geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit Finaal-Paleolithicum tot Midden-Neolithicum, een lage verwachting voor vindplaatsen uit het Midden-Neolithicum tot en met de Bronstijd en een hoge verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse Tijd. Er is geen verwachting voor de Vroege en Late Middeleeuwen vastgesteld en een lage verwachting voor Nieuwe Tijd vanaf de inpoldering in de 19e eeuw. Het gebied wordt doorsneden en/of begrensd door een polderdijk en spoorweg uit 1870. Het noorden van gebied G is gelegen in en zone waarvoor op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 geen grotere vrijstellingsdiepte is opgenomen, deze is op 0,5 m –mv behouden. In het zuiden is deze vrijstelling gefaseerd bijgesteld naar 1 – 1,5 en 2 m-mv. Gebied H betreft een gebied waar open water staat aangegeven op de geologische kaarten, voor deze zones is geen archeologische verwachting opgesteld. Dit gebied heeft op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 dan ook een vrijstelling gekregen tot een diepte van meer dan 4 m –mv en is bijgevolg volledig vrijgesteld.
Date: 2017-03-01 (startdatum)
Date: 2017-04-30 (einddatum)