(26326.002) Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek Hogeweidseweg_Dokter Pameijerstraat in Tiel

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Het onderzoeksgebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en op basis van de verzamelde landschappelijke gegevens had het plangebied vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m de Midden Bronstijd (Jagers-Verzamelaars en (Vroege-)Landbouwers) een ligging binnen vlechtende riviervlakte (Terras X), overgaand naar een ligging binnen een komgebied. Voor bewoning zal het plangebied tijdens deze perioden waarschijnlijk geen gunstige ligging hebben gehad, vooral in de tijd dat het een nat komgebied betroffen dat waarschijnlijk regelmatig overstroomde.

Vanaf de Late Bronstijd kwam het plangebied binnen de Bommel stroomgordel te liggen. De Bommel stroomgordel was actief van circa 1125 tot 389 voor Chr. (Late Bronstijd t/m Midden IJzertijd). Binnen de begrenzing van de stroomgordel zullen oudere afzettingen (oudere komafzettingen en de top van de Pleistocene rivierafzettingen) zijn geërodeerd. Archeologische resten en sporen ouder dan de Late-Bronstijd zullen hierbij in het plangebied logischerwijs ook zijn geërodeerd. Verspoelde toevalsvondsten zijn nooit uit te sluiten maar de kans hierop is laag en worden pas vanaf circa 1,5 m -mv/4 m +NAP dan wel dieper verwacht. Tevens ligt het plangebied nabij de ten westen gelegen Linge stroomgordel, welke actief van circa 200 voor Chr. tot 1300 na Chr. (Late IJzertijd t/m Late Middeleeuwen), waarbij mogelijk oeverafzettingen van de Linge stroomgordel boven oever-/kronkelwaardafzettingen van de Bommel stroomgordel voorkomen en vanaf het maaiveld of onder een laatmiddeleeuwse/begin Nieuwe tijd ophooglaag tot circa 1,5 m -mv worden verwacht. Vanaf zeker de IJzertijd zal het plangebied geschikt zijn geweest voor bewoning. De ligging op een oeverwal dan wel een kronkelwaardrug, gaf de beschikking van voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex).

De kaart van Jacob Van Deventer uit het midden van de 16e eeuw en de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Tiel geven aan dat het plangebied binnen het terrein van het voormalig Klooster Westroyen ligt. Een eerder uitgevoerde archeologische (nood)opgraving op het terrein vrijwel direct ten noordwesten van het plangebied, langs de noordwestzijde van het spoortracé van de Betuwelijn, hebben archeologische vondsten en sporen opgeleverd onder andere gerelateerd aan de bestaansperiode van het klooster tussen circa 1403 en 1572 (eveneens is er vondstmateriaal en sporen aangetroffen die teruggaan tot rond het jaar 1000 na Chr.). Dit onderzoek heeft in redelijke mate de oostelijke, westelijke en noordelijke begrenzing van het kloosterterrein opgeleverd, echter niet de zuidelijke begrenzing, waarmee het dan ook zeer goed mogelijk is dat onderhavig plangebied binnen het kloosterterrein ligt. Wellicht dat tijdens de bestaansperiode van het klooster Westroyen antropogene ophogingen hebben plaatsgevonden binnen het kloosterterrein en daarmee binnen onderhavig plangebied.   Na de bestaansperiode van het klooster lijkt het plangebied in agrarisch gebruik te zijn genomen. De bestaande woningen binnen het plangebied dateren uit 1918, waarmee het plangebied verder ingericht is als woonpercelen. Verder hebben een aantal reeds uitgevoerde proefsleuvenonderzoeken in de nabijheid van het plangebied agrarische gebruikssporen opgeleverd uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd of bleek dat de geplande bodemingrepen (beperkend tot de bovenste 110 cm van de bodemopbouw) niet het aangetoonde middeleeuwse archeologische sporenniveau zou gaan verstoren.

Het plangebied is ingericht als woonpercelen. De bestaande 27 rijtjeswoningen met aanbouw/berging (aan de achterzijde van de rijtjeswoningen) zijn gebouwd in 1918 en voorzien van baksteenfunderingen tot circa 90 cm -mv en zijn gedeeltelijk onderkelderd (voorraadkelder) tot 110 cm -mv. Hiervoor zal de bodem binnen het huidige bouwoppervlak minimaal tot deze dieptes zijn geroerd/afgegraven (aanleggen van bouwputten).

Conclusie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat door de landschappelijke/paleogeografische ontwikkeling voor het plangebied oorspronkelijk een hoge verwachting geldt op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden vanaf de Late Bronstijd/IJzertijd. Een zeer hoge verwachting geldt op het voorkomen van archeologische resten/sporen/structuren uit de periode tussen 1403 en 1572, toen het plangebied deel uitmaakte van het terrein van het voormalig Klooster Westroyen. Binnen in ieder geval het bestaande bouwoppervlak zijn al bodemverstorende ingrepen uitgevoerd tot minimaal 90/110 cm -mv. De geplande 27 nieuwbouwwoningen komen te staan ter plaatse/binnen het bouwvlak van de bestaande 27 rijtjeswoningen met aanbouw/berging (aan de achterzijde van de rijtjeswoningen), waardoor er geen bodemverstorende ingrepen zullen worden uitgevoerd die dieper gaan dan reeds uitgevoerde verstoringen/vergravingen.

Advies Ten aanzien van de geplande ontwikkeling wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen archeologisch aanvullend onderzoek/vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Mochten er in de toekomst grond- of bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd buiten het bestaande bouwoppervlak/binnen de huidige onbebouwde delen van het plangebied, waardoor potentiële archeologische niveaus kunnen worden verstoord, dan wordt geadviseerd in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) aanvullend archeologisch onderzoek/vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Tiel), die vervolgens het advies over neemt of niet.   Advies bevoegde overheid Dit advies is voorgelegd aan de bevoegde overheid in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tiel. Door de deskundige namens de bevoegde overheid (gemeente-archeologen gemeente Tiel) wordt niet ingestemd met bovenstaand advies tot vrijgave. Aangegeven wordt dat de huidige bebouwing is op staal gebouwd, de verstoring is hier dus minimaal en zeer waarschijnlijk enkel waar de poeren zijn aangebracht. Daarnaast blijft de nieuwe bebouwing niet binnen de contouren van de huidige bebouwing. De onbebouwde delen tussen de uitbouwen worden in het nieuwe plan ook bebouwd, evenals wat stukken in het noorden en zuiden. Deze locatie is (zoals ook in het rapport staat) onderdeel geweest van het kloosterterrein. De kans op archeologie is dus hoog. Daarom moet er op deze locatie vervolgonderzoek plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek kan het beste uitgevoerd worden na de sloop tot op maaiveld (en niet dieper). Voordat het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd kan worden, moet hiervoor een PvE worden opgesteld door een (hiervoor gecertificeerd) archeologisch bedrijf. Dit PvE moet aan de gemeente Tiel voorgelegd worden en goed gekeurd worden.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/VC9CUH
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/VC9CUH
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, E.M. ten; Econsultancy
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, E.M. ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 9884920
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem