Centrumplan Scherpenzeel, gemeente Scherpenzeel

DOI

In opdracht van de gemeente Scherpenzeel heeft RAAP in juni 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het Centrumplan Scherpenzeel in de gelijknamige gemeente. In het plangebied, bestaande uit onder meer de Dorpsstraat en Marktstraat zal een herinrichting plaatsvinden.Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten.Jager-verzamelaars: In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jagerverzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen geen gradiëntsituaties met stromend water in de directe nabijheid voor. De Lunterse Beek stroomt namelijk op een vrij grote afstand van ruim 700 m afstand van het plangebied. Zodoende worden geen vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht.Landbouwers: Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn.Het plangebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van twee dekzandruggen. Hierdoor worden wel archeologische resten vanaf de tijd van de landbouwers (bronstijd tot en met middeleeuwen) verwacht. Hierbij moet worden gedacht aan resten van nederzettingsterreinen al dan niet in combinatie met grafvelden en/of grafheuvels.Staatssamenlevingen: Het plangebied kent vanwege de ligging in de historische kern van Scherpenzeel tevens een verwachting voor bewoning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het historische bronnen en kaartmateriaal lijkt de oudste (laatmiddeleeuwse) kern van Scherpenzeel zich te bevinden in de oostelijke helft van het plangebied, op de oostelijke dekzandrug. In deze zone bevindt zich ook de laatmiddeleeuwse kerk en bijbehorend kerkhof. Waarschijnlijk is het dorp in de nieuwe tijd uitgegroeid in westelijke richting en nog later zijn de zijstraten als de Marktstraat bebouwd geraakt. Hierbij moet worden gedacht aan archeologische resten van historische bebouwing (houten en/of stenen) funderingen, beer- en waterputten, afvalkuilen e.d. Ook resten van oude wegfunderingenkunnen worden verwacht en andere zaken die met infrastructuur te maken hebben.Tweede Wereldoorlog: Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een groot aantal panden (bovengronds) beschadigd geraakt door met name artillerievuur. Ook is de kerktoren in de nadagen van de oorlog opgeblazen. Aanwijzingen voor archeologische resten in de vorm van loopgraven, stellingen of bomkraters zijn er niet. Ter plaatse van de huidige pleinen (Plein 1940, het plein op de hoek van de Dorpsstraat en Grote Steeg en het Holevoetplein), heeft tot aan de Tweede Wereldoorlog bebouwing gestaan die als gevolg van de oorlogsschade is afgebroken. Archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn te verwachten in de vorm van dumps met (militair) afval.In het plangebied komt mogelijk, ter plaatse van de twee dekzandruggen, een jong afdekkend pakket voor in de vorm van een plaggendek. Dit plaggendek dekt het oudere loopvlak in de top van het dekzandprofiel af. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich (afhankelijk van de dikte van het plaggendek) op 50 tot ruim 150 cm –mv, maar diepe sporen als wateren beerputten kunnen enkele meters diep reiken. Recentere sporen, denk aan funderingen van huizen uit de nieuwe tijd zullen naar verwachting binnen enkele decimeters onder het maaiveld liggen. Op basis van het bureauonderzoek lijkt de ondergrond in grote delen van het plangebied nog(grotendeels) intact en blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de bij de voorgenomen herinrichting en rioolvervanging gepaard gaande bodemingrepen. Vanuit archeologisch oogpunt is behoud in situ (ter plaatse in de ondergrond) het uitgangspunt, maar aangezien de geplande ingrepen dieper reiken dan het archeologisch relevante niveau wordt een archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Aangezien de definitieve plannen/plantekeningen nog niet beschikbaar zijn en daarmee de locatie en diepte van de geplande ingrepen nog niet bekend is, zijn hierbij slechts algemene aanbevelingen te geven.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-ZAU-3QHG
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-ZAU-3QHG
Provenance
Creator E.H. Boshoven
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R. Hart, 't; L.J. Keunen (RAAP); RAAP
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact R. Hart, 't (RAAP Archeologisch Adviesbureau)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 9756; 9351; 887; 5801; 14552906
Version 1.0
Discipline Humanities