Onderzoeksgebied Waterpartijen Oosterparkweg 7 te Ridderkerk

DOI

In opdracht van de gemeente Ridderkerk heeft RAAP in augustus-september een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Waterpartijen Oosterparkweg 7 te Ridderkerk. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningaanvraag. Het Oosterpark wordt heringericht en heeft een oppervlakte van circa 60 ha. In dit park worden onder andere twee watergangen gegraven/uitgebreid met een gezamenlijke oppervlakte van circa 2.000 m2. De maximale ontgravingsdiepte bedraagt 2,45 m –mv. Archeologische verwachting Op basis van het bronnenonderzoek, in het kader van het opgestelde PvE (Moree, 2021), bestond de volgende archeologische verwachting (tabel 2). Voor het onderzoeksgebied en specifiek het traject top veen – basis overstromingsdek 1373 bestond een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische sporen uit de Romeinse tijd en de late middeleeuwen A en B (tot 1373). De aan - /afwezigheid en de diepteligging van archeologisch relevante lagen was voorafgaand aan het uitgevoerde booronderzoek niet duidelijk, maar zulke kansrijke lagen werden veelal binnen 3 m –mv verwacht. Resultaten verkennend archeologisch onderzoek Op basis van de verkennende archeologische boringen zijn in de verstoorde bovengrond tot circa 40 -70 cm –mv geen in situ archeologische sporen en resten te verwachten. In de hieronder gelegen dekafzettingen (gevormd na 1373) zijn geen tekenen van bodemvorming waargenomen en de oorspronkelijke top van dit pakket is waarschijnlijk deels in de verstoorde grond opgenomen, waardoor voor deze lagen een lage archeologische verwachting bestaat. In deze dekafzettingen zouden wel verspoelde archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Voor de lagen onder dit overstromingsdek binnen de maximale boordieptes van 300-400 cm –mv (veen dat plaatselijk is afgetopt en waarin geen veraarde niveaus zijn waargenomen, komafzettingen zonder tekenen van bodemvorming en vermoedelijke restgeul-/veenstroomafzettingen) bestaat eveneens een lage archeologische verwachting voor bewoningssporen of andere vormen van intensief landgebruik uit de periode voorafgaand aan 1373. In deze lagen zouden wel sporen van jacht of visserij of vondsten uit natte contexten aanwezig kunnen zijn, maar de aan-/afwezigheid van dit soort archeologische fenomenen is lastig op basis van archeologisch booronderzoek te toetsen. Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de kans gering dat in de onderzoeksgebieden archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Ridderkerk, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zq4-vymt
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zq4-vymt
Provenance
Creator RAAP
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor A.M. Brinkman; RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
Publication Year 2021
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact A.M. Brinkman (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; text/comma-separated-values; application/octet-stream; application/vnd.openxmlformats-officedocument.spreadsheetml.sheet
Size 6785; 15736; 7096; 1747; 4359; 28807; 13503
Version 2.0
Discipline Humanities