Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureauonderzoek en boringen langs de A28 bij Tynaarlo, gemeente Tynaarlo (Dr.)

DOI

Onder de snelweg A28 ten noorden van Tynaarlo gaat Rijkswaterstaat een zogeheten ‘faunatunnel’ aanleggen, zodat wild onder de weg door aan de overkant kan komen. Hiervoor wordt ten westen van de A28 wordt een persput gegraven van 10 m lang, 5 m breed en 2 m diep. Het gebied direct ten westen van de plaats waar de tunnel wordt aangelegd is volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) een terrein van archeologische betekenis (monumentnr. 14029). Rijkswaterstaat gaf Archaeological Research &Consultancy (ARC bv) de opdracht om op de plaats waar de persput komt een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureauonderzoek en boringen uit te voeren. Het booronderzoek werd op 6 mei 2004 uitgevoerd door mw. drs. M. Essink en mw. drs. M.J.M. de Wit. Voorafgaand aan het booronderzoek werd het bureauonderzoek uitgevoerd.Conclusie en aanbeveling:Uit het onderzoek is gebleken dat het onderzoeksterrein voor het grootste deel een redelijk intacte bodemopbouw heeft. Hoewel het dekzand deels afgetopt is, is er nog een restant B-horizont (inspoelingslaag) aanwezig. De twee boringen die het dichtst bij de A28 zijn gezet lijken een verstoorde bodemopbouw te hebben. In deze boringen ontbreekt de B-horizont en de leem. Deze is op het overige deel van het onderzoeksterrein, in boringen 3 t/m 5, wel aanwezig. Op het terrein is een ophogingslaag aanwezig, ongetwijfeld tijdens de aanleg van de A28 aangebracht, maar hieronder (vanaf ca. 95 cm beneden maaiveld) is de bodem onverstoord. In de monsters die zijn genomen van boringen 3 t/m 5 is natuur- en vuursteen van natuurlijke aard aangetroffen.De mogelijkheid is aanwezig dat zich op het onderzoeksterrein archeologische sporen en/of vondsten bevinden die dateren van het Mesolithicum tot en met de Bronstijd.In de monsters van boringen 3 t/m 5 zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Daarom, en vanwege de zeer geringe oppervlakte van het onderzoeksterrein (5×10 m), is het terrein niet behoudenswaardig. Aangezien het onderzoeksterrein wel in een interessant archeologisch gebied ligt, wordt, na overleg met dr. W.A.B. van der Sanden (Provinciaal Archeoloog van Drenthe) aanbevolen het terrein te onderzoeken door middel van een opgraving met beperking (voormalige archeologische begeleiding). Hierbij zouden de graafwerkzaamheden vanaf 80 cm beneden maaiveld archeologisch begeleid moeten worden. Hierover dient echter, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, contact te worden opgenomen met de Provinciaal Archeoloog van Drenthe.

Date: 2004

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X26-3VAY
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X26-3VAY
Provenance
Creator Wit, M.J.M. de
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor b.u.l.k. archeologie, import; ARC b.v.
Publication Year 2011
Rights CC0-1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact b.u.l.k. archeologie, import (DANS)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 1375565; 6360; 6983; 852; 4909
Version 2.0
Discipline Humanities