Ten behoeve van herstructurering van plangebied 't Hoekske zal er een archeologisch booronderzoek plaatsvinden. Het plangebied bestrijkt ongeveer 0,5 hectare, waarin 8 boringen geplaatst zullen worden.Het archeologisch niveau werd verwacht aan de basis van het esdek en in de top van de oude bodem in het onderliggende dekzand. Uit het booronderzoek is gebleken dat de humeuze bovengrond (esdek) in bijna het gehele plangebied verstoord is tot op het C-materiaal (Bijlage 4). Hierbij zijn de archeologisch relevante lagen van het podzolprofiel in het onderliggende dekzand op boring 2 na (zie ook paragraaf 2 van 5.3; nog een intacte BC-horizont) compleet verdwenen of geheel in de ploeglaag opgenomen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de bouw en de aanleg van de twee aanwezige schuren, een erf en riolering in het plangebied.In de boringen 4 en 11 (westhoek van het plangebied, Bijlage 4) is het esdek minder verstoord. In beide boringen komt een AC-horizont voor, waarbij in boring 4 houtskool is aangetroffen. Hierbij is echter geen sprake van een directe archeologische indicator, vanwege het gebrek aan andere vondsten en het feit dat deze houtskool ook van natuurlijke oorsprong kan zijn. Tijdens het onderzoek zijn geen andere vondsten gedaan.Landschappelijk gezien is de hoge en droge dekzandrug een gunstige locatie voor bewoning geweest vanaf het Laat-Paleolithicum tot heden. Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel worden verwacht aan de basis van het esdek en in de top (Ah-, E-, Bh- en Bs-horizonten) van een eventueel daar onder begraven bodemprofiel (meestal humuspodzol). Echter, in bijna alle boringen zijn deze archeologisch relevante bodemhorizonten afgegraven of verploegd in het bovenliggende humeuze dek (esdek) en kan geconcludeerd worden dat in het complete plangebied de bodemopbouw niet meer intact is. Eventueel aanwezige archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot Nieuwe Tijd zullen dan ook niet 'in situ' voorkomen in het plangebied. Boring 2 bevat wel een intacte BC-horizont, maar door het ontbreken van archeologische indicatoren en doordat het slechts een deels intacte bodem is, is de verwachting laag op het aantreffen van archeologische resten.Het zuidelijk deel van het plangebied wordt gekenmerkt door de fundering van een woning, die in 1944 afgebrand is. Op de eerste kadastrale kaart van 1827 staat deze woning al aangegeven. Aangezien er relatief hard baksteen is aangetroffen is de woning waarschijnlijk gebouwd tussen 1700 en 1827 (Nieuwe Tijd). Het is echter niet uit te sluiten dat deze woning voorgangers had in de Vroege Nieuwe Tijd (1500-1700) of Late Middeleeuwen (1400-1500). Op basis van het feit dat er in ieder geval sinds 1827 bebouwing in het plangebied aanwezig was, geldt voor de Nieuwe Tijd (complextype: boerderij met in het bijzonder een erf, waterput, beerkuilen en aardewerkstrooiing) een hoge specifieke verwachting voor het zuidelijk deel van het plangebied (Bijlage 4). De begrenzing is gebaseerd op de perceelsgrenzen in 1827 en aangetroffen fundering tijdens het onderzoek. Op basis van deze resultaten is de specifieke verwachting voor het aantreffen van archeologische vondsten en/of sporen uit de periode Laat-Paloelithicum tot Nieuwe Tijd voor het plangebied laag. De lage verwachting is gebaseerd op het ontbreken van vondstmateriaal en de sterke verstoringsgraad van het bodemprofiel.Op basis van de vastgestelde verstoorde bodem en het ontbreken van archeologische indicatoren wordt de hoge verwachting voor het plangebied bijgesteld naar een lage verwachting op archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen. Het zuidelijke deel heeft een hoge verwachting op het aantreffen van een huis met bijbehorend erf uit de Nieuwe Tijd. Gezien de hoge mate van verstoring in het gebied wordt aangenomen dat eventuele archeologische sporen niet meer intact aanwezig zijn, met uitzondering van de fundering. Omdat niet kan worden uitgesloten dat er oudere voorgangers zijn van de woning/boerderij krijgt het zuidelijk deel van het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de de Nieuwe Tijd (1500-1827). Op basis van de hoge mate van verstoring in het gehele plangebied adviseert BAAC bv dat een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.