Samenvatting In opdracht van Agel adviseurs heeft ArGeoBoor een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Vierendeelseweg te Lage Zwaluwe (Gemeente Drimmelen). De aanleiding van het onderzoek is de voorziene bestemmingswijziging van de gronden van landbouw naar de inrichting van het gebied met drie landgoedwoningen met natuur en natuurakker daaromheen. De naam van de ontwikkeling is ‘Buitenplaats Groot Swaluwe’. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 26 hectare. Ter plaatse zullen terreindelen worden verlaagd en watergangen gegraven. Daarnaast vindt bodemverstoring plaats bij de bouw van de voorziene woningen. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het in het plangebied vanaf 200 cm –mv dekzand kan voorkomen met daarop vanaf 50 cm –mv veen. Het geheel is afgedekt door een kleilaag die is gevormd na de overstromingen van 1421-1424. In de top van het dekzand kunnen archeologische resten worden verwacht uit de periode laatPaleolithicum – neolithicum/bronstijd. In de top van het veen, indien intact, kunnen resten worden verwacht uit de ontginningsperiode t/m 1421-1424 (St. Elizabeth ’s vloed). Het plangebied maakte tot deze overstromingen deel uit van de Groote Waard. Gebleken is dat ter plaatse een veenkoepel lag, dit blijkt onder meer uit de aanwezigheid van een slechts dunne kleilaag en de oude ontginningsstructuur. Onbekend is of in het plangebied vervening heeft plaatsgevonden en in hoeverre de top van het veen nog intact is. Wel is het veenpakket ingeklonken, waardoor het maaiveld in gebied nu relatief laag ligt. Uit de nieuwe tijd kunnen resten van een dijklichaam inclusief sloten worden verwacht, die bij de verkaveling in de zestiger jaren verloren is gegaan. De ouderdom van deze dijk lijkt te liggen tussen 1500 en 1650. Bij bodemingrepen dieper dan 50 cm wordt mogelijk plaatselijk de top van het veen geroerd en bij bodemingrepen dieper dan 200 cm wordt de top van het dekzand mogelijk geroerd. De bodemopbouw, met name de aan- of afwezigheid van de intacte top van het veen, is binnen het plangebied onvoldoende bekend om uitspraken te kunnen doen over de aan- of afwezigheid van archeologische resten. Bij ingrepen dieper dan 50 cm wordt aangeraden om een verkennend booronderzoek uit te voeren naar de diepteligging en aard van de top van het veen om inzicht te krijgen of nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Bij voorziene ingrepen dieper dan 200 cm wordt aangeraden om ook de diepteligging en aard van de top van het dekzand te onderzoeken. Dit advies dient ter toetsing te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag de gemeente Drimmelen.