Combinatie De Betuwse Waard werkt de komende tijd aan het versterken van de dijk tussen Wolferen en Sprok (Waaldijk/Oosterhoutsedijk) en ten oosten van Lent (Bemmelsedijk) . In een eerder stadium is voor een breder onderzoeksgebied reeds een archeologisch bureauonderzoek opgesteld. Omdat ten tijde van die studie de locatie van de ingrepen nog niet bekend was, had dit onderzoek vooral een inventariserend karakter. In mei en juni van 2019 is door RAAP een verdiepingsslag uitgevoerd voor het vastgestelde voorkeurstracé.Op grond van het uitgevoerde bureauonderzoek is de bestaande archeologische verwachting verfijnd en aangevuld in relatie tot het vastgestelde voorkeurstracé. In grote lijnen komt de archeologische verwachting overeen met de bestaande gemeentelijke verwachtingskaarten en beleidskaarten. In detail zijn enkele aanpassingen gedaan. Naast de archeologische verwachting is een inventarisatie uitgevoerd van bouwhistorische waarden binnen het voorkeurstracé. Bovendien zijn enkele landgoederen die aan dit tracé raken hierbij betrokken. Op basis van luchtfoto’s uit en net na de Tweede Wereldoorlog zijn structuren die hiermee zijn te associëren in kaart gebracht. Het bureauonderzoek heeft laten zien dat slechts hier en daar sprake is van (sub)recente vergraving of verstoring. Bovendien is onzeker in hoeverre dit een mogelijk sporenniveau heeft aangetast. Het is dan ook de verwachting dat, indien er daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn, deze goed bewaard zijn gebleven. Om eventuele risico’s op archeologisch vlak tijdens de uitvoeringsfase zo goed mogelijk in kaart te brengen wordt vervolgonderzoek zinvol geacht.Op basis van de aanvullende bureaustudie wordt geadviseerd op alle locaties (zowel met een l age, middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde) en waar de werkzaamheden dieper reiken dan het verwachte archeologische niveau een verkennend booronderzoek uit te laten voeren. Dit verkennend booronderzoek zal het verwachtingsmodel toetsen, waarbij het vooral van belang is om vast te stellen of er sprake is van een intacte bodemopbouw. Hiertoe dienen eerst de daadwerkelijke ingrepen te worden vergeleken met de verwachte diepteligging van de archeologische niveaus, zodat het archeologisch onderzoek zo doelmatig als mogelijk kan worden ingezet.