Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (12159.001) Spoorstraat 40-42 te Doetinchem

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een relatief hooggelegen rivierduin binnen het rivierduinlandschap. Voor zowel Jagers-Verzamelaars als voor Landbouwers vormde deze landschappelijke eenheid een geschikte (tijdelijke) bewoningslocatie. De gunstige ligging van het plangebied als (tijdelijke) bewoningslocatie wordt ook duidelijk bevestigd door reeds uitgevoerd gravend onderzoek nabij het plangebied, waar meerdere archeologische vindplaatsen uit de Steentijd, de Late-Prehistorie als de Middeleeuwen zijn aangetroffen. Alleen voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag, aangezien uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied vanaf de tweede helft van de 18e eeuw tot rond begin jaren ’30 van de 20e eeuw onbebouwd en in gebruik was als akkerland en er geen aanwijzingen zijn dat het plangebied tot een historisch erf heeft behoord. Wel zal er een plaggendek zijn opgebracht. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat in ieder geval binnen de onbebouwde terreindelen van het plangebied recente/moderne bodemverstorende ingrepen vrij beperkt zijn gebleven. Bij enkele boringen is onder de aanwezige klinkerverharding en de laag cunet-/stabilisatiezand een vrijwel intact plaggendek aanwezig. De maximale waargenomen verstoringsdiepte reikt tot circa 90 cm -mv, echter ook hieronder is nog een restant van het plaggendek aanwezig. Het plaggendek loopt door tot een gemiddelde diepte van 110/120 cm -mv. Onder het plaggendek is een fossiele akker-laag/cultuurlaag (Abp-horizont) aanwezig, de oorspronkelijke humeuze toplaag voordat plaggenbemesting plaats vond binnen het plangebied. Vanaf een diepte van gemiddeld 140/150 cm -mv bevindt zich de C-horizont. Het oorspronkelijke moedermateriaal betreft rivierduinafzettingen. Het van nature gevormde bodemprofiel in de top van de rivierduinafzettingen lijkt in zijn geheel door vermoedelijk agrarische bewerking te zijn opgemengd. Rivierduinen worden meestal gekenmerkt door vorstvaaggronden, welke feitelijk niet veel verschillen van zogenaamde holtpodzolgronden (welke op hun beurt veelal aangeduid worden als bruine bosgronden). Het lokale brongebied van deze rivier-duinafzettingen betreft vooral verstoven rivierzanden uit de rivierterrasvlakten, welke veelal mineralogisch rijkere zanden betreffen, waardoor vooral verwering/verbruining als bodemvormend proces optreed en niet zozeer podzolisatie. Het archeologisch vondstniveau is door de in cultuur name in het verre verleden aangetast zo niet grotendeels verstoord, echter archeologische sporen kunnen nog merendeels intact aanwezig zijn.Bij een drietal boringen zijn in de fossiele akkerlaag/cultuurlaag archeologische indicatoren aangetroffen, bestaande uit meerdere (kleine) fragmenten laatprehistorisch aardewerk (niet nader dateerbaar dan Late-Bronstijd t/m Romeinse tijd), een fragment Kogelpot aardewerk (9e-12e eeuw, Vroege-Middeleeuwen D/Late-Middeleeuwen A) en een fragment van een vloeislak. De aangetroffen archeologische indicatoren duiden op de mogelijke aanwezigheid van een archeologische vindplaats, welke wellicht te relateren is aan de vindplaats die aangetroffen is ter plaatse van de nabijgelegen ondertunneling van de Oostelijke Randweg (waar onder andere archeologische resten uit de periode van de Vroege-Bronstijd tot en met de Vroeg-Romeinse tijd zijn aangetroffen).Conclusie Op basis van de geleverde onderzoeksinspanning en de daarbij aangetroffen archeologische indicatoren wordt geconcludeerd dat de kans reëel blijft dat er sprake is van een archeologische vindplaats. Het vondstmateriaal zal representatief zijn voor het eventueel aanwezige sporenniveau die meest duidelijk zichtbaar wordt verwacht direct onder de fossiele akkerlaag/cultuurlaag, op een diepte van circa 14/150 cm -mv. Door de voorgenomen ingreep (nieuwbouw van zorgappartementen) zal binnen het plangebied de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats dan ook worden verstoord.Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Behoud van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats zal niet mogelijk zijn bij een niet aangepaste uitvoering van de huidige plannen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en nadat de sloop van de bestaande bebouwing (tot 30 cm minus het huidige maaiveld) heeft plaatsgevonden (verwijderen bovengrondse delen en betonvloeren). Voor het proef-sleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Doetinchem).Behoud in situ van een mogelijk aanwezige archeologische vindplaats is alleen maar mogelijk als bodemingrepen niet dieper gaan dan circa 80 cm minus huidig maaiveld. Er dient een dikte van circa 30 cm van het plaggendek behouden te blijven als bufferzone en conserveringslaag van de onderliggende vondsten- en sporenlaag die direct onder het plaggendek nog merendeels intact wordt verwacht. Door de initiatiefnemer dient bepaald te worden of het economisch rendabel is om het plangebied zo op te hogen dat toekomstige graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw van de zorgappartementen niet dieper gaan dan 80 cm minus huidig maaiveld. Dit geldt dan ook voor de aanleg van kabels en leidingen.

Date Accepted: 26-10-2021

Date Accepted: 2021-10-26

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zu7-b7hh
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zu7-b7hh
Provenance
Creator EMILE ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; EMILE ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10890; 11043045; 11058; 1077; 4359
Version 1.0
Discipline Humanities