Het booronderzoek maakt duidelijk dat onder een laag opgebrachte grond met een dikte van minimaal 50 cm één vegetatiehorizont aanwezig is. Deze vegetatiehorizont komt in alle boringen voor. Er is geen bouwvoor meer aanwezig en mogelijk is daarmee ook het bovenste vegetatieniveau met de daarbij behorende sporen verwijderd. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.Indien bij de aanleg van de bouwput dieper gegraven moet worden dan 50 cm, wordt aanbevolen om het uitgraven van de bouwput archeologisch te laten begeleiden, zodat duidelijkheid verkregen kan worden over eventuele archeologische resten in de vegetatielaag.