AM26066 - Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Irenelaan 9 te Aalst (gemeente Waalre)

DOI

In februari 2026 is door Aeres Milieu, in opdracht van Servee Ontwikkeling bv, een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plan Eeckenrhode aan de Irenelaan 9 te Aalst (gemeente Waalre). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,65 ha. De aanleiding hiertoe betreft de (her)ontwikkeling van de locatie. Men is voornemens het woonzorgcentrum uit te breiden met onder meer een nieuwe vleugel, parkeerplaatsen, toegangswegen en de aanleg van een wadi. De zone ter plaatse van de nieuwe vleugel is reeds archeologisch onderzocht in 2022 en wordt niet meegenomen bij het veldwerk. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Waalre (2011) grotendeels in de zone met de Categorie 5 (gebieden met middelhoge verwachting) en deels in een zone met de categorie 6 (lage archeologische verwachting). Volgens het bestemmingsplan ‘Eeckenrhode Irenelaan, Aalst’ (vastgesteld 21-5-2024) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Op de geomorfologische kaart is het plangebied als bebouwd gebied gekarteerd. Volgens de kaart Fysisch Landschap (ODZOB) ligt het plangebied binnen een zone van landduinen nabij het beekdal van de Tongelreep. Het is niet duidelijk uit welke periode deze landduinen dateren maar door de aanwezigheid van een duinvaaggronden in het plangebied bestaat de kans dat vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithische vindplaatsen onder het stuifzanddek aanwezig kunnen zijn. Door de ligging in een duingebied bestaat de kans dat de oorspronkelijke bodem is uitgeblazen. Er geldt er hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De hoge ligging van het plangebied binnen een zone van hoger gelegen dekzanden en landduinen kan een gunstige vestigingslocatie zijn geweest voor de vroegere landbouwende samenlevingen. Er geldt een hoge verwachting voor de periode neolithicum tot met de vroege middeleeuwen. Het plangebied was tot de bouw van het woonzorgcentrum in 1957 onbebouwd en afwisselend in gebruik als heide of bos. Er geldt een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wegens de verwachte aanwezigheid van een stuifzanddek kunnen eventueel aanwezige archeologische resten zijn beschermd tegen latere invloeden. Door de ligging in een duingebied is niet duidelijk wat de mate van conservering is van eventuele archeologische resten. Dit hangt samen met de mate van verstuiving of afdekking door stuifzand. Ook kunnen resten verstoven zijn, waardoor archeologische resten verloren zijn gegaan. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat het plangebied dekzandafzettingen voorkomen die deels zijn afgedekt door stuifzand. In het dekzand heeft zich in bijna het gehele plangebied een podzolbodem ontwikkeld. In de top van de dekzandafzettingen kunnen archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot en met de Romeinse tijd verwacht worden. Op basis van het bureauonderzoek geldt hiervoor een hoge verwachting. In de top van het stuifzandpakket is mogelijk een oude akkerlaag (Apb-horizont) aangetroffen. Echter wordt op basis van historische kaarten geen bebouwing of agrarische activiteiten verwacht in het plangebied. Op basis hiervan blijft de lage verwachting voor de periode volle middeleeuwen – nieuwe tijd gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid blijft de hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen gehandhaafd. De top van het archeologisch niveau liggen in de centrale en zuidelijke delen doorgaans tussen de circa 21,70 tot 22,10 meter +NAP en in het noorden tussen 22,1 en 22,55 meter +NAP. Wanneer de voorgenomen graafwerkzaamheden dieper dan deze niveaus gaan plaatsvinden dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Hierbij is al rekening gehouden met een bufferzone van 30 centimeter. Hieruit komt naar voren dat de aanleg van de inrit van het terras en de inrit van de carport (uiterste oostelijke delen) evenals de aanleg van de wadi (noordelijke deel) het potentieel aanwezige archeologische niveau zal worden bereikt. Op basis hiervan worden voor deze delen van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd voor die zones waar de genoemde diepten worden overschreden. Zie Figuur 7, rode zones: Zone I : Wadi - circa 1,65 meter -mv = 20,8 meter +NAP (Bijlage 9, detail 2.1 en 2.2) Zone II : Inrit garage - circa 2,5 meter -mv = 21,94 - 22,04 meter +NAP (Bijlage 9, detail 8.2) Zone III : Inrit terras - circa 3,54 meter -mv = 20,00 meter +NAP (Bijlage 9, detail 1.1 Zone III : Inrit carport - circa 2,94 meter -mv = 20,60 meter +NAP (Bijlage 9, detail 1.3 en 1.4)

De kans wordt klein geacht dat ten behoeve van de (her)aanleg van de paden, wegen en parkeervakken (met een verstoringsdiepte tot circa 0,41 meter –mv, zie hoofdstuk 1) nog intacte archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen graafwerkzaamheden. Dit geldt voor de zuidwestelijke, westelijk en noordelijke delen (zie ook hoofdstuk 1 en Bijlage 9). Deze zones zullen als gevolg van de huidige toegangswegen en tuin-/parkaanleg reeds zijn verstoord en zal de nieuwe gewijzigde aanleg van de toegangswegen met parkeerplaatsen weinig nieuwe verstoringen teweegbrengen. Ook zal de aanleg van nieuw groen met nieuwe boomaanplant met wandelpaadjes geen diepe verstoringen teweegbrengen en zijn deze evenmin geselecteerd voor een vervolgonderzoek. Voor de bouw van de nieuwe vleugel geldt dat deze in 2022 reeds archeologisch is vrijgegeven (Figuur 7, gele kader). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst en akkoord bevonden door de bevoegde overheid (gemeente Waalre) , die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/UQUQVD
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/UQUQVD
Provenance
Creator Hagens, D.; Kruithof, L.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Vroomans, M.A.K.
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Vroomans, M.A.K. (Aeres Milieu)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 18844169
Version 1.0
Discipline Humanities