In opdracht van de gemeente Soest heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch booronderzoek, verkennende fase uitgevoerd aan de Wieksloterweg Oostzijde nummer 10 in Soest.
Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de aanleg van een verharde parkeerplaats. Hierbij wordt ontgraven tot ca. 40 cm centimeter onder maaiveld. Tevens wordt een fietsparkeerplaats gerealiseerd ten oosten van de parkeerplaats. Ook hiervoor zijn grondwerkzaamheden voorzien. Daarnaast worden er ca. 10 bomen geplant, waarbij voor elke boom ca. 1 m2 tot op 1 meter onder maaiveld wordt ontgraven.
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan Landelijk Gebied van de gemeente Soest. Hier is een Archeologie- Middelhoge verwachting aanwezig. Volgens de planregels is een maximale verstoring aan de bodem toegestaan van 500 m2 en 30 cm onder maaiveld.
Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt een groot deel van het plangebied in een rode zone. Het gaat om een archeologisch waardevol gebied 4. Hierbij is een hoge archeologische verwachting aanwezig. Ook hier geldt dat er een maximale verstoringsgrens van 500 m2, waarbij de maximale diepte van toegestane verstoring 50 cm onder maaiveld is. Het meest noordelijke deel van het plangebied ligt in een oranje zone, hier gaat het om archeologisch waardevol gebied 5 met een maximale verstoringsgrens van 5000 m2 en 50 cm onder maaiveld.
De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied voor het overgrote deel overschreden. Conform het bestemmingsplan en het daaraan gekoppelde archeologiebeleid, is archeologisch onderzoek nodig.
Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld.
Het plangebied is gelegen aan de rand van een stuwwal, naast een stuifzandgebied.
Het gebied heette in de Middeleeuwen het Veen, en werd hoofdzakelijk als algemeen heidegebied gebruikt.
Voor het plangebied is de kans op archeologische waarden uit het Paleolithicum en Mesolithicum laag, aangezien het gebied op de verstoringsbronnenkaart van de RCE wordt aangegeven als vergraven gebied. Indien de bodem echter niet is verstoord en er een intacte podzolbodem aanwezig is dan is de kans op archeologische waarden uit deze periode middelhoog.
De kans op archeologie uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is middelhoog. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 is bebouwing te zien ten noordwesten van het plangebied.
Uit de boorstaten van milieu hygiënische boringen is gebleken dat de bodem hier mogelijk iets dieper is verstoord, maar de boringen verstrekken niet genoeg nauwkeurige informatie om hier conclusies uit te trekken.
Archeologie uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kan direct vanaf het maaiveld in de top van het dekzand worden verwacht vanaf de bouwvoor of onder het landbouwdek bij laarpodzolgronden. Archeologische waarden uit de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen ook aanwezig zijn in en op het plaggendek. Het is mogelijk dat door latere overstuivingen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn.
De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in de archeologische waarde van het plangebied. Het onderzoek richt zich op de vraag of er in het plangebied archeologische waarden aangetroffen kunnen worden.
Uit het booronderzoek is gebleken dat onder het dikke plaggendek mogelijk nog een restant van een B-horizont aanwezig is. Ondanks dat er nagenoeg geen sporen meer zijn van een
E- horizont kunnen hier toch (diepere) archeologische sporen in voorkomen zoals paalkuilen of afvalkuilen. De ontgraving ten behoeve van de aanleg van de parkeerplaats en het fietspad zal slechts ca. 40 cm – mv bedragen. Deze ontgraving zal tot in het plaggendek reiken. Hierin zijn wel archeologische waarden mogelijk vanaf de middeleeuwen, maar de kans op archeologische waarden uit deze periode is zeer klein, ook omdat een deel van de parkeerplaats al is verstoord ten behoeve van de aanleg van de huidige parkeerplaats, die verhard is met grind. Deze verharding reikt vermoedelijk al tot ca. 30 cm – mv.
De ontgravingen ten behoeve van de bomen zou wel tot het archeologische niveau kunnen reiken, de omvang van deze ontgraving is echter slechts ca. 10 m2. Dit is een acceptabele beperkte verstoring. Er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd, tenzij de parkeerplaats dieper dan 40 cm – mv zal worden ontgraven. Dan is wel vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven vereist.
Tot slot
Dit rapport is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid