In opdracht van Econsultancy B.V. heeft ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Fabriekstraat 41 in Doetinchem (gemeente Doetinchem). In het plangebied is de vestiging van nieuwe bedrijven gepland. De precieze bouwplannen zijn in dit stadium nog niet bekend. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Op grond van de verzamelde archeologische en aardwetenschappelijke informatie is de volgende gespecificeerde verwachting opgesteld: Uit de landschappelijke ligging van het plangebied, aan de oever van de Oude IJssel, binnen de voormalige riviervlakte van de Oude IJssel, blijkt dat de omgeving van het plangebied vanaf het Paleo- lithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Het plangebied bevindt zich binnen de overstromingsvlakte van de Oude IJssel, welk gebied niet ideaal is voor de ontwikkeling van een nederzetting. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd op of in de top van de oeverafzettingen van de Oude IJssel. De kans op het voorkomen van de resten is middelhoog tot laag. Er moet rekening mee worden gehouden dat er grond is opgebracht voor de aanwezige grondwallen, er mogelijk nog resten van een vuilstortplaats aanwezig zijn en dat voor de ontwikkeling van het huidige bedrijventerrein het gehele gebied mogelijk is opgehoogd.Tijdens het booronderzoek zijn bedding- en oeverafzettingen van de Oude IJssel aangetroffen vanaf 15 à 50 cm -mv. Deze worden afgedekt door een recente ophoging. Ter plaatse van boring 2 en 3 zijn de bedding- en oeverafzettingen intact, maar het kan niet uitgesloten worden dat de top van de oeverafzettingen is verdwenen bij de aanleg van het bedrijventerrein. Een natuurlijke bodem is niet waargenomen. Eventueel dieper gelegen archeologische resten kunnen bewaard zijn gebleven, maar deze zijn niet aangetroffen.ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek, teneinde de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen. De boringen dienen te worden uitgevoerd ter plaatse van boring 2 en 3 van het verkennend booronderzoek. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA) of Programma van Eisen (PvE).