Gemeente Tilburg. Loopgraaf Hulten

DOI

In opdracht van de gemeente Tilburg (Noord-Brabant) heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘loopgraaf Hulten’. Aanleiding voor het onderzoek is het aantreffen van een loopgraaf bij OCE-werkzaamheden binnen het plangebied. Binnen de contouren van deze loopgraaf is een significante verstoring in de detectiedata waargenomen, die niet op de reguliere manier verwijderd kan worden. Tevens zijn er in de directe omgeving van deze verstoring diverse objecten aangetroffen die gerelateerd kunnen worden aan deze loopgraaf en haar bijbehorende structuren. De bodemverstoring tijdens het verwijderen (gecontroleerd ontgraven) van deze verstoring is te verwachten tot in het sporenniveau van de loopgraaf, waarbij mogelijk andere sporen uit de Tweede Wereldoorlog kunnen worden aangetroffen. Daarbij bestaat een gerede kans dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord of vernietigd worden.Archeologische verwachting In dit bureauonderzoek is uitsluitend een inventarisatie uitgevoerd van structuren uit de Tweede Wereldoorlog. Er is geen archeologische verwachting opgesteld voor eventuele andere archeologische resten en waarden. Tijdens OCE-onderzoek zijn binnen het plangebied sporen aangetroffen van een loopgraaf. Blijkens dit onderzoek behoort deze communicatieloopgraaf tot de nabijverdediging van Flak-stellingen die zich direct ten noorden van het plangebied bevonden. De loopgraaf wordt aan de noordzijde begrensd door een voormalige veldweg, waaraan overige structuren gelegen waren die behoorden tot deze stellingen. Aan de zuidzijde wordt de loopgraaf begrensd door een prikkeldraadversperring die om het gehele terrein loopt. De loopgraaf maakt in haar loop twee scherpe bochten, en is aan de zuidzijde verbonden met een vuurstelling. Deze vuurstelling is mogelijk ingericht voor plaatsing van een stuk licht luchtdoelgeschut. Dit luchtdoelgeschut, waarschijnlijk in het kaliber 2 cm, was bedoeld om ingezet te worden tegen gronddoelen, en had daarbij een ideaal schootsveld over het (destijds) open terrein aan de zuidzijde van de vuurstelling. Voor de locatie van de communicatieloopgraaf en de vuurstelling geldt derhalve een zeer hoge archeologische verwachting. De archeologische resten uit deze periode kunnen direct vanaf het maaiveld aanwezig zijn, en bestaan zowel uit vondstmateriaal (bouwmateriaal afkomstig van de sloop van de Flak stellingen en materiaal afkomstig van de primaire gebruiksfase van de structuren zoals munitie en gebruiksmateriaal) als uit sporen (communicatieloopgraaf en vuurstelling). Het vondstmateriaal bestaat naar verwachting uit Duits militair en civiel materiaal en door de Duitse bezetting gebruikt militair en civiel materiaal. Door de oorlogshandelingen in de directe omgeving van het plangebied dient opgemerkt te worden dat de aanwezigheid van explosieven en andere munitieartikelen niet uit te sluiten is.Advies Als gevolg van de binnen het plangebied uit te voeren OCE-werkzaamheden zal de bodem tot op grote diepte worden verstoord. Binnen het plangebied is tijdens computerondersteunde oppervlaktedetectie een significante verstoring in de detectiedata waargenomen. Derhalve kan ervan uit gegaan worden dat deze verstoring tot op aanzienlijke diepte aanwezig is (waarschijnlijk tot de bodem van de loopgraaf/vuurstelling). Deze dient in het kader van het OCE-onderzoek verwijderd te worden, waardoor de aanwezige sporen grotendeels, zo niet volledig, geroerd zullen worden. Gezien de zeer hoge archeologische verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren om de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, fasering in gebruik, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden vast te stellen. Op basis van de analyse in voorliggend bureauonderzoek kunnen de archeologische resten vanaf het maaiveld worden verwacht. Voorafgaand aan de geplande ingrepen wordt dan ook geadviseerd om in de aangegeven zone direct vanaf het maaiveld onderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een ‘IVO-P –variant archeologische begeleiding’, met een mogelijke doorstart naar een ‘opgraving – variant archeologische begeleiding’. Hierbij wordt aanbevolen om voorafgaand aan het onderzoek afspraken gedegen vast te leggen met het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de uitvoer van het OCE-onderzoek. Geadviseerd wordt om het OCE-onderzoek in principe leidend te laten zijn, waarbij er ruimte vrijgelaten wordt om een of meerdere ‘archeologievriendelijke’ vlakken aan te leggen en deze vlakken uit te breiden indien nodig. Tevens dient er ruimte te zijn voor het gedegen couperen en registreren van aangetroffen sporen en het verzamelen en registreren van vondstmateriaal. Hierbij valt munitiegerelateerd vondstmateriaal onder de verantwoordelijkheid van het OCEbedrijf, terwijl het overige (archeologische) vondstmateriaal onder de verantwoordelijkheid valt van het archeologiebedrijf. Voorafgaand aan dit onderzoek dienen de eisen waaraan het onderzoek moet voldoen vastgelegd te worden in een Programma van Eisen (PvE).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X25-HGTC
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X25-HGTC
Provenance
Creator D.E.P.C.M. Beckers
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.J.W.M. Gruben
Publication Year 2020
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.J.W.M. Gruben (BAAC bv)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10716; 10192; 898; 6302; 9114968
Version 1.0
Discipline Humanities