In opdracht van Ericis Design & Property Transformers heeft RAAP in april-mei 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Eemnesserweg 19B te Blaricum in de gemeente Blaricum. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het laat paleolithicum. Deze verwachting is gekoppeld aan het wel of niet voorkomen van een podzolbodem, al dan niet onder een esdek. Voor de periode laat-paleolithicum t/m neolithicum kunnen vuursteenvindplaatsen worden verwacht. Uit de periode Bronstijd t/m de Romeinse tijd kunnen nederzettingsresten worden verwacht met een aardewerkspreiding. Uit de periode van de middeleeuwen en nieuwe tijd worden resten verwacht die verband houden met agrarische activiteiten. Door deze activeiten kan een esdek zijn gevormd boven de natuurlijke podzolbodem. In dit esdek kunnen dan archeologische resten voorkomen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Bij het voorkomen van een esdek, kan er een hoge conservering worden verwacht van de onderliggende podzolbodem. De top van de podzolbodem kan echter zijn opgenomen in de onderkant van het esdek . Een vondstenlaag in de A-horizont is in dat geval verrommeld. Diepere sporen zijn vaak nog wel aanwezig. Op basis van voormalig onderzoek in de omgeving van het plangebied werd de overgang van esdek naar podzolbodem verwacht op circa 4,3 m +NAP. Op basis van het veldonderzoek blijkt het overgrote deel van het plangebied te zijn vergraven tot in de C-horizont. Op basis van boring 3 blijkt dat direct naast het bestaande woonhuis de ondergrond is vergraven tot in de E-horizont. Het restant van de podzolbodem is aangetroffen vanaf 1,1 m –mv (4,5 m +NAP). In de rest van het plangebied is de ondergrond vergraven tot 4,25 m +NAP of zelf 3,65 m +NAP. De maaiveldhoogte vlak naast het woonhuis is circa 80 cm hoger dan de laagte in de voortuin. Mogelijk is het terrein afgegraven om een verhoging op te werpen waar het woonhuis op is gebouwd. Eventuele archeologische verwachtingen die gekoppeld zijn aan een esdek of een intacte podzolbodem met A-horizont komen hierbij te vervallen voor het perceel. Eventuele diepere sporen kunnen zich nog bevinden in de top van de C-horizont. Voor de huisterp geldt daarom het volgende. De hoge archeologische verwachting voor vondsten en sporen uit de periode laat -paleolithicum t/m Romeinse tijd kan naar beneden worden bijgesteld naar middelhoog, de hoge archeologische verwachting voor resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kan komen te vervallen. Voor de rest van het plangebied geldt een lage verwachting voor sporen uit de periode laat -paleolithicum t/m Romeinse tijd, de rest van de archeologische verwachting komt te vervallen, aangezien het vergraven is. De geplande ingrepen bestaan uit het uitbreiden van het woonhuis met een oppervlak van circa 30 m2 en een diepte van 0,8 m –mv. Voor de aanleg van een zwembad worden bodemingrepen voorzien van circa 25 m2 en 1,7 m –mv. De enige locatie waar een restant van een podzolbodem is aangetroffen in de boringen is direct naast het woonhuis waar de uitbouw gepland staat. De podzolbodem is echter aanwezig onder een ophoogpakket op 1,1 m –mv (4,5 m +NAP). De ingrepen tot circa 0,8 m –mv zullen dit niveau niet verstoren. Op de mogelijke locatie van het zwembad is de natuurlijke ondergrond reeds vergraven tot plaatselijk 1,7 m –mv (3,65 m +NAP). Verwacht wordt dat de geplande ingrepen geen archeologische resten bedreigen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Blaricum, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.