Gezien het feit dat een groot deel van het oorspronkelijke maaiveld is afgegraven en het overige deel is doorploegd, alsmede de afwezigheid van archeologische indicatoren in de zandige niveaus in de ondergrond, kan worden gesteld dat de hoge archeologische verwachtingswaarde, zoals deze door De Roller en Ufkes (2004) is vermoed, onterecht is gebleken. Aan deellocatie 1 kan dus een lage archeologische verwachtingswaarde worden toegekend. Verder archeologisch onderzoek wordt niet nodig geacht. In archeologisch opzicht zijn er geen belemmeringen voor zandwinning ter plaatse van deellocatie 1.
Date: 15-08-2005 (aanvang onderzoek)
Date: 2005