Synthegra heeft in opdracht van de gemeente Bronckhorst een archeologische begeleiding uitgevoerd in het centrum van Vorden (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen vernieuwing van het aanwezige rioleringssysteem en het graven van plantgaten met het bijbehorende bewateringssysteem. Ook zullen andere civieltechnische werkzaamheden worden uitgevoerd, zoals afwatervoorzieningen, het verleggen van nutsvoorzieningen, bestratingen en het plaatsen van banken, lichtmasten, het verplaatsen van omheiningen en dergelijke.Bij het vooronderzoek is vastgesteld dat voor het plangebied ter plaatse van de dekzandrug een hoge verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.Ter plaatse van de golvende dekzandvlakte geldt een middelhoge verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.Ter plaatse van de beekdalbodem geldt een middelhoge verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor het hele plangebied geldt een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.Voor het plangebied is geen booronderzoek uitgevoerd.DoelstellingHet doel van de archeologische begeleiding is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden.Gevolgde onderzoeksmethodeDe archeologische begeleiding in het centrum van Vorden is uitgevoerd op verschillende dagen in de periode augustus tot en met oktober 2013. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Programma van Eisen (PvE) dat is opgesteld door H. Kremer. Tijdens het veldonderzoek is reden geweest om van de hierin beschreven onderzoeksmethodiek af te wijken. De C-horizont is tijdens de archeologische begeleiding niet overal bereikt. Daar waar de C-horizont wel is bereikt is het vlak getekend en gefotografeerd. Daar waar de C-horizont niet is bereikt is het vlak alleen gefotografeerd. Het totale plangebied zoals weergegeven op afbeelding 1.1 is niet onderzocht, alleen ontgravingen dieper dan 30 cm beneden maaiveld die buiten het voormalig ontgravingsprofiel van de bestaande riolering vallen dienen begeleid te worden. Hieronder vallen naast het bewateringssysteem voor de bomen ook plantgaten.In totaal is meter 1.244 m2 onderzocht, waarin in 1 vlak is aangelegd. Er zijn 41 profielkolommen van circa 1 meter breed gedocumenteerd.Resultaten en conclusieTijdens de opgraving zijn verspreid over 5 verschillende werkputjes, restanten van het oude kerkhof ten zuiden van de kerk van Vorden aangesneden. Dit restant bestaat naast graven, uit delen van de muur die het kerkhof begrensd. De verzamelde menselijke botfragmenten behoren toe aan zestien individuen. Het betreffen grotendeels complete individuen, en af en toe slechts enkele lichaamsdelen.De resten zijn afkomstig uit graven uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Er zijn zeven mannen, zes vrouwen, één kind en twee individuen met een onbekend geslacht aangetroffen.De man-vrouw verhouding duidt op een normale begraafplaats. Een verklaring voor de afwezigheid van kinderen kan zijn dat kinderen op een aparte locatie binnen het grafveld werden begraven.Vanwege het kleine aantal individuen kan er geen betrouwbare vergelijking worden gemaakt met andere grafvelden. Er kan wel worden gesteld dat de gemiddelde leeftijd van overlijden en de gemiddelde lichaamslengte niet veel afwijken van het gemiddelde.Opvallend zijn de vele rug aandoeningen de afwezigheid van infectieziekten en de slechte staat van het gebit. Het gebit verkeerde vaak in een zeer slechte staat in combinatie met pijprokersgaten, maar de aanwezigheid van drie tandeloze vrouwen geeft aan dat de slechte staat van het gebit niet alleen het gevolg is van roken. Er is geen directe verklaring voor de grote hoeveelheid rug aandoeningen en de afwezigheid van infectieziekten.Daarnaast zijn aardewerk en (paal)sporen aangetroffen uit met name de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Restanten van funderingen van voormalige bebouwing uit deze periode in het dorpshart van Vorden zijn niet aangetroffen.Er zijn ook aanwijzingen voor activiteiten in de ijzertijd, in de vorm van 7 fragmenten aardewerk. Op basis van het ingesloten aardewerk kon een greppel in deze periode gedateerd worden.De archeologische begeleiding van boomplantgaten en andere ontsluitingen in het kader van de herinrichtingswerkzaamheden van de openbare ruimte in Vordens dorpskern heeft ondanks de beperkte omvang en diepte van de ontsluitingen veel informatie opgeleverd over de mens en de begravingen in de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.Hoewel niet veel meer dan enkele eerste inzichten zijn gewonnen over de dorpsontwikkeling, is het beeld uit het bureauonderzoek bevestigd; dat de kerk als kern van het middeleeuwse dorp op een karakteristieke locatie ligt op een hoogte in de nabijheid van de Vordensche beek.Het onderzoek heeft aangetoond dat in elk geval in de ijzertijd activiteiten plaatsvonden op de dekzandhoogte waar het latere Vorden zich op ontwikkelde.
Archeologische Begeleiding