Laagland Archeologie heeft in november 2023 een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Kolonieweg 26 en 26a te Opende (gemeente Westerkwartier). Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de ruimtelijke procedure rondom een bestemmingsplanwijziging die uitbreiding van de zorgkwekerij Hof van Arcadia mogelijk moet maken.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het onderzochte terrein bestaat uit twee gebieden, hieronder aangeduid als (plan)gebied. Het plangebied is gelegen op de overgang van een zone van grondmorenewelvingen in het uiterste noorden en ten dele verspoelde dekzanden in het grootste deel van het plangebied. In het begin van de Bronstijd werd het gebied onderdeel van een groot veenmoeras en was bewoning tot aan de ontginning in de Nnieuwe Ttijd niet mogelijk. Het veen is na de ontginning verdwenen en de bodem bestaat nu uit veldpodzolgronden. Uit hoogtekaarten blijkt dat de oorspronkelijk lage delen van het terrein in de oostzijde van beide terreinen zijn opgehoogd. Het gebied is pas na 1920 in gebruik genomen voor de landbouw, daarvoor was het in gebruik alsuit woeste grond. Archeologische vindplaatsen zijn binnen het plangebied en onderzoeksgebied (500m rondom) niet bekend. Er is ook nog maar weinig onderzoek in de omgeving gedaan.De archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum ? Bronstijd is met name hoog voor de in het plangebied gelegen zandkoppen. Hierop kunnen resten van jagers en verzamelaars en eventueel van vroege landbouwsamenlevingen verwacht worden. Archeologische resten worden direct onder de bouwvoor verwacht in de top van gepodzoliseerde zandkoppen. Het is mogelijk dat de bodem verstoord is door egalisatie en ploegen.Om zandkoppen op te sporen en de aard en gaafheid van het bodemprofiel vast te stellen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het booronderzoek bestond uit het plaatsen van 24 verkennende boringen tot 30 cm in de BC- of C-horizont, tot een diepte van ongeveer rond 150 cm -mv. In de beide gebieden zijn de hogere gronden gelegen in de westzijde. In het noordelijk deel is de top van het zand grotendeels verstoord tot in de Bw, BC of C-horizont. De kans om hier behoudenswaardige archeologische resten aan te treffen wordt laag ingeschat. In de zuidwesthoek van het zuidelijke perceel is in drie boringen nog een gave podzolbodem aangetroffen. In deze zone met een oppervlakte van circa 4000 m2 kunnen nog redelijk gave archeologische vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum ? Bronstijd aanwezig zijn.Voor het grootste deel van de beide terreinen wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Alleen voor de zuidwestpunt van het zuidelijke terrein met een hoge archeologische verwachting wordt aanbevolen om geen bodemverstorende activiteiten dieper dan 20 cm -mv uit te voeren. Indien hier in de toekomst bodemverstorende activiteiten plaatsvinden wordt aanbevolen om een karterend booronderzoek uit te voeren naar de aan- of afwezigheid van archeologische indicatoren. De implementatie van dit advies is in handen van de Gemeente Westerkwartier.Mochten tijdens de werkzaamheden buiten het adviesgebied voor vervolgonderzoek toch onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).