In opdracht van de heer Jukema heeft Transect in maart 2012 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd naar de - mogelijke - aanwezigheid en verwachte relatieve kwaliteit van archeologische waarden op het terrein aan de Haerdawei 44 in Oosterbierum (gemeente Franekeradeel, provincie Friesland). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om in het plangebied te diepploegen en het terrein (gedeeltelijk) te egaliseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 30.000 m 2 . Conform de FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) ligt het plangebied in de Advieskaart IJzertijd-Middeleeuwen in de zone 'Karterend Onderzoek 1 (Middeleeuwen)'. De provincie Friesland adviseert in deze gebieden een karterend (boor-)onderzoek uit te laten voeren bij ingrepen met een oppervlakte van meer dan 500 m 2 , waarbij minimaal 6 boringen per hectare dienen te worden gezet.Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied vanaf zeker de 18e eeuw tot in de 19e eeuw bebouwing heeft gestaan in de vorm van een boerderij. Deze is onder andere zichtbaar op de kaart van Schotanus uit 1718 en op het Kadastrale Minuutplan uit 1811 - 1832. Hij ontbreekt echter op de atlas van Schotanus uit 1664, zodat een oudere datering dan de vierde kwart van de 17e eeuw uitgesloten lijkt. Mogelijk betreft het een verhoogde boerderijplaats. Het plangebied heeft verder een lage verwachting voor wat betreft archeologische waarden uit de Middeleeuwen (450 - 1500 na Chr.). Terpen worden hoger op de kwelderwal verwacht. Het plangebied heeft vooral een flankligging. Aangezien de kwelderwal waarschijnlijk uit circa de 5e eeuw na Chr. dateert, moeten eventueel in het plangebied aanwezige archeologische waarden, jonger zijn. Er worden geen archeologische waarden op de onder de kwelderwalafzettingen gelegen wadafzettingen verwacht.In het kader van het verkennend booronderzoek zijn 18 boringen gezet. De boringen zijn in boorraaien met een noord-zuid oriëntatie geplaatst, in een verspringend grid van 25 m bij 20 m in het oostelijk perceel en 50 m bij 40 m in het westelijk perceel. Tevens is een veldkartering uitgevoerd. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied, van onder naar boven, uit wadafzettingen, kwelderafzettingen, wad-op-kwelderafzettingen en een bouwvoor bestaat. De wad-op-kwelderafzettingen is te verklaren vanwege de ligging van het plangebied op de noordflank van de kwelderwal; direct aan de zee- c.q. kustzijde.In het hele plangebied zijn op het maaiveld veel resten van baksteen, aardewerk, kleipijpen en natuursteen aangetroffen. Deze dateren op zijn vroegst uit de 17e eeuw, maar waarschijnlijk uit de 18e eeuw. Deze datering sluit aan bij de resultaten van het bureauonderzoek, namelijk dat vanaf de 18e eeuw op historische kaarten hier bebouwing is te zien, in de vorm van een boerderij. Deze bebouwing is nog niet te zien op de Atlas van Schotanus uit 1664, zodat een datering vroeger dan de vierde kwart van de 17e eeuw uitgesloten lijkt. Het materiaal komt verspreid over het hele plangebied voor. Een duidelijke concentratie kon niet worden herkend. In de boringen ontbreken archeologische indicatoren, zoals vondstmateriaal, ophogingslagen, terplagen, fosfaatrijke zones of houtskoolrijke zones.Op basis van het uitgevoerde archeologisch vooronderzoek zien wij te weinig concrete aanleiding voor een vervolgonderzoek of voor andersoortige behoudsmaatregelen. In het plangebied heeft weliswaar in de 18e - 19e eeuw een boerderij gestaan, maar deze gaat niet verder terug in de tijd c.q. lijkt geen oudere voorgangers te hebben gehad. Daarnaast is de spreiding van het materiaal op het maaiveld indicatief voor een grote mate van verstoring van deze resten.Daarom adviseren wij geen verdere archeologische onderzoeks- of behoudsmaatregelen.