Plangebied Neunens Broek, gemeente Nuenen, Gerwen en Dederwetten. Archeologisch vooronderzoek: een Archeologische verwachtings- en advieskaart.

DOI

In opdracht van Brabants Landschap heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in april 2007 een archeologische verwachtings- en advieskaart gemaakt in verband met een maaiveldverlaging ten behoeve van de ontwikkeling van nat schraalland in de gemeente Son en Bruegel en gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Doel van dit onderzoek is het verschaffen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid, aard en fysieke kwaliteit van archeologische en historisch geografische waarden in het gebied. Het plangebied bestaat uit 5 deelgebieden. In deze gebieden komen voornamelijk natte bodems voor die niet geschikt zijn voor bewoning. Dit betekent echter niet dat er geen archeologische waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn. In natte gebieden kan een archeologische dataset verzameld worden die in sterke mate afwijkt van de ‘klassieke’ aardewerk- en vuursteenvondsten. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek zijn de diverse deelgebieden opgedeeld in een aantal verwachtingszones: - Voor de deelgebieden 2 en 4 geldt een lage kans op het aantreffen van Archeologische waarden. Derhalve wordt voor deze deelgebieden geen verder vervolg- onderzoek aanbevolen. - Voor de deelgebieden 3 en 5 geldt een lage kans op het aantreffen van Archeologische waarden. Derhalve wordt voor deze deelgebieden geen verder vervolg- onderzoek aanbevolen. Cultuurhistorie is echter meer dan enkel de archeologische relicten. Ook landschappelijke kenmerken en relatief recente relicten hebben de geschiedenis van een landschap bepaald. De nattere gronden leenden zich uit- stekend als weidegebied (beemdenstructuur), voor strooisel-, hout en turfwinning. De greppels die in de deelgebieden 3 en 5 nog herkenbaar zijn, staan vermoede- lijk in verband staan met de beemdenstructuur of met bosbouw (zgn. rabatten). Derhalve wordt aanbevolen om deze greppels te behouden. - Direct ten oosten van deelgebied 1 ligt een uitgesproken dekzandrug die zich uitstekend leende voor bewoning. De aanwezigheid van de mens in de directe omgeving heeft veelal ook invloed gehad op het gebruik van de nabijgelegen nattere gebieden. Over het algemeen vertaalt een rijke bewoningsgeschiedenis zich in een grotere kans op het aantreffen van archeologische resten in de aangrenzende natte gebieden: - Vooral voor jager-verzamelaars was de dekzandrug ideaal. Door de aanwezigheid van zowel droge als natte gronden was er een grote diversiteit aan planten die verzameld konden worden en dieren waarop kon worden gejaagd. Bijgevolg geldt voor deelgebied 1 een middelhoge kans op het aantreffen van jachtattributen, zoals stenen pijlen. - Natte, ‘natuurlijke’ plaatsen in het landschap (zoals het plangebied) hebben een grote rituele aantrekkingskracht gehad. Aangezien voor de dekzandrug een grote kans op de aanwezigheid van bewoning geldt, geldt voor deelgebied 1 een middelhoge kans op het aantreffen van dergelijke rituele deposities. - De oude beemdenstructuur is nog steeds herkenbaar in het landschap. Aangezien voor deelgebied 1 een middelhoge kans geldt voor het aantreffen van jachtattributen en rituele deposities, wordt een vervolgonderzoek aanbevolen. Alhoewel natte gebiedsdelen archeologisch interessant zijn, heeft karterend boor- onderzoek en oppervlaktekartering in beekdalen tot nog toe weinig vindplaatsen opgeleverd. Derhalve wordt aanbevolen het vervolgonderzoek te laten geschieden door middel van een archeologische begeleiding waarbij een archeoloog tijdens de graafwerkzaamheden de graafvlakken regelmatig komt controleren op de aanwezig- heid van archeologische resten. De begeleiding heeft het karakter van een prospectief onderzoek. Indien tijdens de begeleiding belangrijke archeologische resten worden aangetroffen, kan dit leiden tot planaanpassing of tot een definitieve opgraving. De precieze voorwaarden waaraan de archeologische begeleiding van de graafwerk- zaamheden moet voldoen, is in dit rapport als bijlage toegevoegd (bijlage 2: Plan van Aanpak). Verder wordt ook aanbevolen om de nog zichtbare beemdenstructuur in het deelgebied te behouden.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X75-B7MC
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X75-B7MC
Provenance
Creator D.M.G. Keijers
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor m verbruggen; RAAP Archeologisch Adviesbureau
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact m verbruggen (RAAP)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 7400; 7585; 1630; 3213; 1031808; 455336; 6089458
Version 1.0
Discipline Humanities