In opdracht van Sint Agnus Woning Stichting heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een karterend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Poelenburgplantsoen 1 t/m 40 in Heemskerk (gemeente Heemskerk). In het plangebied zal nieuwbouw plaatsvinden. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Het bronnenonderzoek heeft uitgewezen dat op grond van de genese van het landschap en archeologische waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied a) bewoningsresten vanaf het Neolithicum (als het plangebied op een strandwal ligt), of b) bewoningsresten vanaf de Vroege IJzertijd (als in het plangebied oeverafzettingen van Oer IJ voorkomen)kunnen worden verwacht. Tevens kunnen op grond van een 17 -eeuwse kart van het gebied een eendenkooi (Vogelcoy) in het plangebied worden verwacht.e Tijdens het booronderzoek is -waarschijnlijk- de bodem van de 17 -eeuwse eendenkooi aangetroffen in de vorm van een gyttja-laag. De siltige kleiafzettingen onder de gyttja-laag zijn geïnterpreteerd zijn als oeverafzettingen van het Oer-IJ. Deze afzettingen bevatten sporen houtskool. Het houtskool vormt een aanwijzing voor de mogelijke aanwezigheid vanbewoningsresten (IJzertijd tot 17 eeuw). Het is echter niet uitgesloten dat eventuele bewoningsresten in de oeverafzettingen van het Oer-IJ door de aanleg van de eendenkooi geheel of gedeeltelijk zijn verstoord.Er zijn in Nederland geen eendenkooien uit de 17e eeuw volledig in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Daarom is archeologisch onderzoek noodzakelijk om bepaalde detailaspecten 1 over de ontwikkeling van eendenkooien te achterhalen. Tevens zijn er in het plangebied oeverafzettingen aangetroffen. Op grond van bekende vindplaatsen uit de omgeving en de vormingsgeschiedenis van het Oer-IJ moet de kans op bewoningssporen uit de IJzertijd en Romeinse tijd groot worden geacht.Het advies is om op de geplande woningbouwlocatie een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P), teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van te verwachten archeologische resten te onderzoeken. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen (PvE).