In opdracht van Rog's Onderhoud heeft RAAP in juni-juli 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend boo ronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Wateringseweg 48 te Poeldijk in de gemeente Westland. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. In het bureauonderzoek is het gehele perceel onderzocht (benoemd als ‘plangebied’), terwijl het booronderzoek zich specifiek gericht heeft op de zone waar de bodemingrepen (sloop, nieuwbouw en andere bodemingrepen) zijn voorzien.Bureauonderzoek Op basis van het uitgevoerde bronnenonderzoek bestond een lage tot middelhoge archeologische verwachting voor de periode middeleeuwen-nieuwe tijd B (tot de 17e eeuw). Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal werden geen latere bewoningsresten in het plangebied verwacht. Gezien de ligging op een getij -inversierug van het Gantelsysteem bestond voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode ijzertijd-Romeinse tijd, in het geval dat sprake is van een goeddeels intacte bodemopbouw en de aanwezigheid van ontkalkte kreekoeverafzettingen, vegetatiehorizonten en/of cul tuurlagen. Op basis van de activiteit van het Gantelsysteem en hiermee gepaard gaande erosie werden geen archeologische resten ouder dan de ijzertijd in het plangebied verwacht.Verkennend booronderzoek Op de boorlocaties bestaat de bodemopbouw minimaal tot 105 cm –mv en maximaal tot 275 cm –mv uit opgebrachte en verstoorde grond, waarbinnen geen in situ archeologische resten worden verwacht. In de dekafzettingen (mogelijk Laag van Poeldijk) , die in twee boringen zijn aangetroffen, zijn geen duidelijke tekenen van bodemvorming (in de vorm van vegetatiehorizonten), cultuurlagen of archeologische indicatoren aangetroffen, waardoor voor deze lagen geen verhoogde archeologische verwachting bestaat voor de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd (lage verwachting).In de kreekoeverafzettingen (Gantel Laag), die in de meeste boringen zijn aangetroffen, zijn eveneens geen lak- of cultuurlagen aangetroffen en ook geen ontkalkte niveaus. Op basis van deze resultaten kan de archeologische verwachting voor bewoningssporen uit de ijzertijd-Romeinse tijd voor het onderzochte deel van het plangebied van ‘hoog’ naar ‘laag’ worden bijgesteld. In kreekoeverafzettingen met een afgetopt of deels verstoord bodemprofiel kunnen eventueel wel nog dieper gegraven grondsporen, zoals waterputten of perceleringsgreppels, aanwezig zijn.Voor de aangetroffen kreekgeulafzettingen bestaat eveneens een lage archeologische verwachting voor bewoningssporen uit de ijzertijd-Romeinse tijd. Hierin kunnen eventueel wel sporen van water - gerelateerde archeologie aanwezig zijn, zoals (rituele) deposities, dammen, duikers of bijvoorbeeld sporen van jacht of visserij.Op basis van de afwezigheid van (restanten) Hollandveen en afzettingen van het Laagpakket van Wormer binnen de maximale boordieptes, kan de lage archeologische verwachting voor de periode voorafgaand aan de ijzertijd voor het onderzochte deel van het plangebied worden gehandhaafd.Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek, blijkt dat een geringe kans bestaat dat archeologische resten bedreigd worden in het deel van het plangebied waar graafwerkzaamheden voor de sloop en nieuwbouw van de bebouwing zijn voorzien. In de boringen is sprake van relatief diepe bodemverstoringen, die plaatselijk tot in de kreekoeverafzettingen reiken. De graafwerkzaamheden ten behoeve van de plaatsing van de funderingen (naar schatting tot maximaal 60 cm –mv) zullen niet tot in ongeroerde afzettingen reiken, terwijl op de boorlocaties geen potentiële archeologische niveaus zijn aangetroffen, die door de plaatsing van funderingspalen plaatselijk zullen worden geroerd. Hoewel het bebouwde deel van het plangebied niet met boringen is onderzocht, wordt verwacht dat bodemverstoringen hier in het algemeen nog dieper reiken dan dat in de boringen is aangetroffen. Op basis van deze resultaten wordt in het kader van de in dit rapport gespecificeerde bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.Indien in het niet met boringen onderzochte deel van het perceel nu of in de toekomst grondroerende graafwerkzaamheden plaatsvinden, die de in het bestemmingsplan opgenomen vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek overschrijden (100 m2 en 50 cm -mv), wordt wel aanbevolen ook deze locaties met een verkennend archeologisch booronderzoek te onderzoeken. Indien bij de uitvoering van de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Westland, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.