Het definitieve onderzoek heeft een vindplaats aangetroffen die vermoedelijk in het Neolithicum de vroege Bronstijd gedateerd kan worden. De vindplaats kan in relatie worden gebracht met het nabijgelegen AMK-terrein langs de rivier de Dommel.Tijdens de werkzaamheden en bij de uitwerking werd duidelijk dat het terrein ten vroegste in de 10de eeuw is afgetopt met plaggen, met hierin vondstmateriaal uit de vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het aangetroffen vondstmateriaal was, ongeacht de periode, verspreid over alle stratigrafische lagen. Daarnaast is al het vondsmateriaal sterk gefragmenteerd. De verspreiding van de archeologische vondsten en hun fragmentatiegraad kunnen erop wijzen dat het materiaal in de akkerlaag reeds sterk verploegd was voor het met de desbetreffende plaggen is aangevoerd. Het bodemprofiel heeft aangetoond dat de akkerlaag onder te verdelen is in een oude akkerlaag 1 en oude akkerlaag 2. Een datering van de afzonderlijke lagen was niet mogelijk.Het zuidelijke deel van het plangebied bleek diepgaand verstoord te zijn. Een begrenzing van de vindplaats kon niet worden gemaakt. Het is mogelijk dat de belendende sportvelden ten zuidwesten van het onderzoeksgebied ook sporen van menselijke activiteit bevatten die in relatie gebracht kunnen worden met de aangetroffen sporen te Eimbert. Daarnaast is het ook niet onwaarschijnlijk dat onder de straat Eimbert in het noordoosten en het sportcomplex ten noordwesten archeologische sporen aanwezig waren.Het terrein is na het uitvoeren van het definitieve onderzoek als volledige archeologievrij te beschouwen. Er dient bijgevolg voorafgaand aan eventuele bodemingrepen geen verder onderzoek meer te gebeuren.