Gespecificeerde archeologische verwachting
Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat de historische dorpskern van Dinxperlo, en daarmee het plangebied, op een relatief hoog deel van een gebied van dekzandwelvingen ligt, dan wel op een dekzandrug, en waarbij mogelijk ten zuiden van de dorpskern in het verleden een lokaal beekdal heeft gelegen. Het plangebied had in principe al een gunstige ligging voor het ontplooien van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten door jagers-verzamelaars vanaf het (Laat-)Paleolithicum, zeker wanneer sprake was van een nabijgelegen lokaal beekdal (vormde een natuurlijke waterbron). Tevens zal het beekdal een grote aantrekkingskracht hebben gehad op wild, waarop kon worden gejaagd. Ook voor landbouwers vormde het plangebied een gunstige nederzettingslocatie. De dekzandruggen/-kopjes als de (hoger gelegen delen van de) dekzandwelvingen, beslaat een groot gebied en bood meer dan voldoende areaal aan van nature vrij vruchtbare en goed ontwaterde gronden voor landbouw. Verschillende, reeds uitgevoerde archeologisch onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied hebben echter nog niet geresulteerd in het aantreffen van (potentiële) archeologische vindplaatsen van jagers-verzamelaars dan wel van landbouwers. De kans op het voorkomen van resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Romeinse tijd wordt daarom middelhoog geacht.
Van Dinxperlo wordt melding gemaakt in de 13e eeuw, welke bestond uit een kerk en enkele omringende boerderijen en behoorde tot de parochie Bocholt nabij “Dincsperle”. De middeleeuwse kern van Dinxperlo bestond uit een groot hof van de Bischop van Minster, de Keppelhof. De oude Liboriuskerk, ook wel de Dorpskerk (welke staat in het zuidwestelijke deel van het plangebied), is op de voormalige grond van dit hof gesticht in het derde kwart van de 13e eeuw. Het is mogelijk dat vóór het ontstaan van dit hof er al eerder een kapel heeft gestaan, waar de naam keppelhof vandaag komt. Wellicht dat het hof als de kapel zijn oorsprong heeft in de Vroege-Middeleeuwen. De terreindelen direct rondom de kerk zullen waarschijnlijk vanaf de stichting van de Dorpskerk in gebruik zijn genomen als kerkhof. Het huidige kerkgebouw dateert grotendeels uit de 15e en de 16e eeuw (de toren is ouder) en is het oudste gebouw in het dorp. Het kerkhof zal ik gebruik zijn geweest tot 1829. Na 1829 was het in ieder geval verboden om begraven te worden in kerken. Beschikbaar historisch kaartmateriaal laat verder zien dat aan het begin van de 19e eeuw het noordoostelijke deel van het plangebied bebouwd was met verschillende huizen/verschillende woonerven vormde met bijbehorende tuinen. Gedurende het verloop van de 19e en 20e eeuw hebben er verschillende bouwwerkzaamheden plaatsgevonden (voorafgaand aan sloop van oude bebouwing). Vanaf de jaren ’90 van de 20e eeuw is het noordoostelijke deel van het plangebied in gebruik als (markt)plein (Prins Clausplein). De kans op het voorkomen van resten daterend vanaf de Vroege-Middeleeuwen wordt dan ook zeer hoog geacht en specifiek binnen de terreindelen direct rondom de Dorpskerk (onder andere de rondom gelegen grasvelden) kunnen menselijke botresten worden aangetroffen.
Conclusie
Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Romeinse tijd. In het bijzonder vanwege de ligging van het plangebied binnen de historische dorpskern van Dinxperlo, is de kans zeer groot op het voorkomen van middeleeuwse en Nieuwe tijd archeologische resten. Specifiek voor de terreindelen direct rondom de Dorpskerk (onder andere de rondom gelegen grasvelden) geldt tevens een zeer hoge op de aanwezigheid van menselijke botresten, vanwege het gebruik als kerkhof. Op grond van de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen.
Advies
Geadviseerd wordt de graafwerkzaamheden benodigd voor het aanleggen van krattenvelden (infiltratiekratten) en ondergrondse werkruimtes bij het Prins Clausplein en het planten van bomen (ontgraven van boomvakken) rondom de dorpskerk (waarvoor bodemverstorende ingrepen worden uitgevoerd dieper dan de vrijstellingsdiepte van 40 cm -mv), archeologisch te laten begeleiden (opgraving – variant archeologische begeleiding). Dit op basis van de te verwachte vindplaatstypen/complextypen. Voor dit onderzoek zal voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) moeten worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden, en dient dan te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Aalten).
Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bronckhorst, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw A. Lugtigheid-Hendriks, d.d. 18 december 2023, zaaknummer 2023EA1582). Met bovenstaand advies is ingestemd.