Aan de Dijkweg 8 in Naaldwijk is van 20 t/m 22 mei 2019 een kleinschalige opgraving uitgevoerd. De opgraving richtte zich voornamelijk op de Romeinse cultuurlaag. In het noordwestelijk deel van de opgravingszone zijn meerdere bewoningssporen in de vorm van een aantal (paal-)kuilen en twee (erf- )greppels geconstateerd. De vondsten en sporen bevinden zich op een zandige inversierug tussen het omliggende komklei-gebied, waarbij gedacht wordt aan een oorspronkelijke doorbraakwaaier van een zijkreek van het Gantelsysteem. Gelijk de overige rurale nederzettingen op de oeverwallen van de kreken en op de inversieruggen van het Gantelsysteem vangt de bewoning waarschijnlijk rond 70 n. Chr. aan met op basis van het aardewerk een zwaartepunt in vooral de (eerste helft van de) 2e eeuw. De variëteit aan vondsten met ook dierlijk bot en maalsteenfragmenten, alsmede enkele verkoolde graanresten, duiden op de aanwezigheid van (de randzone van) een boerenerf. Deze nederzettingsresten breiden zich uit tot onder de Dijkweg. Ondanks de beperkte omvang van dit AMZ-onderzoek zijn de resultaten aanleiding te vermoeden dat Romeinse bewoningsresten ook binnen de dorpskern van Naaldwijk verwacht mogen worden.Naast deze Romeinse bewoning werd tijdens de opgraving een beter inzicht verkregen in de resten die toegeschreven kunnen worden aan de tuin van de voormalige parochiewoning en later De Harmonie geheten (het gebouw is in 2009 is afgebroken). Aangetroffen zijn afvoersystemen en twee waterputten die in de 19e en 20e eeuw in gebruik waren. De bakstenen afvoergoten met plavuizen behoren tot de eerste fase van het afvoersysteem uit de 19e eeuw. In de vroeg-20e eeuw zullen hierop de aanwezige keramieken gresbuizen zijn aangesloten. De vulling van de waterputten betreft een latere dump en leverde geen oud materiaal op (geen materiaal ouder dan 50 jaar). Tevens zijn enkele kuilen en meerdere paalsporen aangetroffen. De specifieke aard blijft wat onduidelijk, maar het gaat hier vermoedelijk om een afrastering en plantenbedden. Een nieuw element t.o.v. de resultaten uit het proefsleuvenonderzoek vormde de fundering van een tuinmuur die oorspronkelijk een klein bomenperkje omzoomde, zoals op een foto uit 1898 zichtbaar is (zie Afbeelding 5.12).Het doel van het onderzoek in de vorm van een kleinschalige opgraving is hiermee bereikt. De doelstelling betrof het ex situ veiligstellen van de resten uit de Romeinse tijd en waar aanwezig een nader inzicht verschaffen in de sporen uit de laatste fase van de Nieuwe tijd, zodat hiermee informatie behouden blijft die van belang is voor de kennisvorming over het verleden. De hoofdvraagstelling van het onderzoek was welke archeologische resten er in het onderzoeksgebied aanwezig waren en welke bijdrage deze resten leveren aan de geschiedenis van Naaldwijk en de nabije omgeving. Met name de Romeinse resten bieden een toevoeging op het bekende intensieve nederzettingssysteem binnen de Cananefaatse regio en sluit goed aan bij het huidige beeld. De intensieve bewoning concentreerde zich langs de oeverwallen van de kreken en op de vele inversieruggen binnen het Gantelsysteem. De indruk gaat uit dat de rurale nederzettingen tot ontwikkeling en bloei kwamen onder invloed van het Romeinse militaire gezag (met een bewoningsintensiteit vanaf het derde/vierde kwart van de 1e eeuw tot in de 3e eeuw n. Chr.).