In de 10-12e eeuw vinden enige activiteiten in het plangebied plaats. Onduidelijk is wat deze behelsden, maar de kans is groot dat deze verband houden met bewoning ter plekke of in de directe omgeving. Immers, al in de 13e eeuw is Weert een nederzetting die belangrijk wordt voor de regio. In 1296 kreeg Gozewijn van Born heer van Bocholt toestemming om water af te tappen van de Aa-beek in Bocholt ten behoeve van de watervoorziening van Weert. De gracht van de latere Aldenborgh werd gevoed met water uit deze Weerter- of Bocholterbeek. In het jaar 1414 kreeg Weert marktrechten en verkreeg daarmee min of meer officieel de status van stad. Vermoedelijk werd rond dat jaar gestart met de bouw van een stadsmuur en stadsgracht. Reeds vóór 1432 wordt begonnen met de bouw van de Nijenborgh. Vier structuren gerelateerd aan infrastructuur zijn in het plangebied aangetroffen. De Bocholterbeek en de naastgelegen weg en greppel gaan terug tot de late 13e eeuw. Parallel aan de Bocholterbeek liep een smalle greppel die vermoedelijk een weg langs de beek flankeerde. Westelijk van de Bocholterbeek liep een tweede weg geflankeerd door greppels, die de Aldenborgh en de Nijenborgh met elkaar verbond. Deze gaat minstens terug tot de eerste helft van de 15e eeuw, wellicht zelfs de late 13e eeuw. De Smalbeek stroomde vanuit de stad in noordoostelijke richting. Vondsten ontbreken, maar uit de optekeningen van Van Deventer blijkt dat deze in 1565 al gedeeltelijk was gedempt. Wellicht is dit ook een oude loop van de Weerterbeek die naar de Aldenborgh stroomde.Ten westen van deze historische weg zijn enkele greppels van gelijkaardig formaat aangetroffen. Deze zijn niet afgebeeld op historische kaarten en vondsten ontbreken, maar wellicht gaat het om perceelsgreppels uit de late middeleeuwen in de schootsvelden tussen de Aldenborgh en de Nijenborgh. Deze greppels weerspiegelen mogelijk de ontginning en het agrarisch gebruik van het terrein in de late middeleeuwen, evenals hun rol in de verdediging van de Nijenborgh. Wellicht is de Smalbeek gedeeltelijk gedempt - enige tijd - na de voltooiing van de stadsgracht rond Weert, en geldt dit ook voor de oostelijke loop die de grachten van de Aldenborgh voedde. Beide lopen werden opgegeven en bij het Morregat werd een nieuwe waterloop gegraven die hier langs de toegangsweg de stad uitliep en vervolgens met enkele scherpe hoeken aansloot op de oorspronkelijke loop van de Weerterbeek en zo de Aldenborgh toch weer van water voorzag.In het uiterste zuidwesten van het plangebied is de stadsgracht en de fundatie van het Morregat aangetroffen. De breedte van de stadsgracht is niet goed te bepalen vanwege verstoringen, maar bedraagt grofweg ongeveer 12,75 tot 16,5 m op het opgravingsvlak. In de ondergrond loopt deze over de volle breedte van de Jan van der Croonstraat door. De fundering van het Morregatligt parallel aan de stadsgracht en op de zuidelijke oever. De fundatie bestaat uit rechthoekige blokken kalksteen en enige bakstenen. De oorspronkelijke omvang van de fundering is niet goed te bepalen omdat deze gedeeltelijk is uitgebroken. Het Morregat was vermoedelijk geen stadspoort maar uitsluitend een kleine doorgang in de stadswal. Op basis van historische bronnen is een datering tussen de vroege 15e eeuw en 1565 aannemelijk. Niet alle infrastructurele werken zijn op historische kaart afgebeeld, zoals twee eenvoudige, houten bruggetjes over de Kasteelsbeek 4e zijtak/jongste loop Weerterbeek. In één geval was op een deel van de oever een beschoeiing uit horizontale palen aangebracht. In het noorden van het plangebied is, vermoedelijk in de 16e of 17e eeuw, op planmatige wijze een hele reeks zandwinkuilen uitgegraven. De grond is mogelijk op één of andere manier gebruikt bij de verdediging van Weert. Ook in deze periode bleef het grondgebruik in het gebied direct rond de stad zeer waarschijnlijk grotendeels in dienst van de landbouw staan, en begon zich geleidelijk lokaal een wat dikker akkerdek te vormen.De stad werd meerdere malen hard getroffen door het krijgsgeweld tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De economische welvaart van Weert stagneerde en er vond een sterke terugval plaats. Dit is terug te zien in het slechte onderhoud aan de verdedigingswerken. Al voor de Spaanse Successieoorlog verkeerden deze in een slechte toestand. Na de verwoesting van de Nijenborgh in 1702 werd de schade aan gebouwen en de stadsmuren nauwelijks meer hersteld. In de 18e eeuw raakten de stadsgrachten, stadswallen en poorten raakten in verval. In 1817 werden de resterende vestingwerken gesloopt en in de jaren 1820 werden de grachten tot halve breedte gedempt. In 1933-1934 werden de stadsgrachten volledig gedempt. Pas in de jaren 1960 wordt het akkergebied tussen de Nijenborgh en Aldenborgh bebouwd en verrijst hier de wijk Biest.