In verband met de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied aan de Slagveldstraat te Kruiningen is door ADC ArcheoProjecten een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, met als doel de inventarisatie en waardestelling van eventuele archeologische resten binnen het plangebied.De voorgenomen grondwerkzaamheden gaan over een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 0,40 m – mv, en zullen bestaan uit het bouwen van twee winkelpanden (waarvan 1 met laadkuil tot op een diepte van 140 cm -mv), de uitbreiding van bestaande waterpartijen, aanleg van riolering en wegcunet.Tijdens het onderzoek zijn, verspreid over het plangebied, negen sleuven aangelegd. Hierbij bleek dat de bodem van het terreindeel ter hoogte van het volkstuinencomplex vrijwel volledig verstoord was door moernering, wat in Zeeland plaats heeft gevonden vanaf de Middeleeuwen tot in de 19e eeuw. Moernering is het afgraven van moer, ooit door de zee overspoeld veen, om daaruit door verbranding zout te kunnen winnen.Aan de uiterste oostzijde en in het zuidelijke deel van het plangebied zijn intacte archeologische resten aangetroffen. Het gaat hierbij om enkele paalkuilen en greppels en een aantal bredere sloten, met een datering in de Volle en Late Middeleeuwen. Op deze plekken was het veen nog intact. In het uiterste oosten van het plangebied ligt een inversierug of een getijdenoeverwal waarop eveneens bewoningssporen zijn aangetroffen.Resten van de Molenweg, die tot in de jaren 30 van de vorige eeuw binnen het plangebied heeft gelegen zijn slechts beperkt aangetroffen.De aanwezigheid van de verschillende sloten en greppels doet vermoeden dat er binnen het plangebied sprake is van de aanwezigheid van een omgracht terrein uit de Volle en/of Late Middeleeuwen. Interessant is de samenhang tussen deze bewoningssporen en de naastgelegen moerneringsresten en in bredere zin ook de landschappelijke ligging van de bewoning (locatiekeuze).Op basis van de resultaten van onderhavig proefsleuvenonderzoek is de oostelijke en zuidelijke zone van het plangebied aangemerkt als ‘behoudenswaardig’. Wanneer bij de realisatie van de nieuwbouwplannen het behoud van deze resten in situ niet mogelijk blijkt, zal vervolgonderzoek moeten plaatsvinden om te verstoren archeologische sporen ex situ te behouden. Dit vervolgonderzoek kan worden uitgevoerd als archeologische begeleiding (protocol opgraven) van de ontgraving en aanleg van de geplande waterpartijen en het wegcunet en de riolering.