Laagland Archeologie heeft in juli 2022 een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd op een perceel gelegen tegenover de Beemsterboerweg nr. 17 te Waarland. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouwplannen van een kleine woonwijk.
Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.
Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.
Op basis van het bureauonderzoek kunnen, afhankelijk van erosie van onderliggende niveaus door de Middeleeuwse overstromingen drie archeologische lagen verwacht worden. Van boven naar onder:
Top Laagpakket van Walcheren: lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd
Top Hollandveen indien aanwezig en veraard: Late IJzertijd – Late Middeleeuwen. Waarschijnlijk is het veen in zijn geheel verdwenen, de verwachting is laag.
Top Laagpakket van Wormer: Laat-Neolithicum – Vroege Bronstijd. De verwachting is middelhoog. Vindplaatsen in de directe omgeving zijn nog niet bekend.
Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied zes verkennende boringen gezet. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat er alleen het niveau uit de Nieuwe tijd nog aanwezig is. Het Hollandveen is volledig verdwenen en in de top van het Laagpakket van Wormer ontbreekt een verlandingsniveau. De kans dat het gebied nog archeologische resten bevat wordt daarom laag geacht.
Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.
De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de Gemeente Schagen. De rapportage is beoordeeld door Archeologie West-Friesland (mevr. C.M. Soonius op 6-12-2022).
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).