Laagland Archeologie heeft in januari 2024 een Inventariserend veldonderzoek – verkennende/ karterende fase uitgevoerd aan De Oostermaat 50 te Gramsbergen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van een appartementencomplex met berging en de uitbreiding van een supermarkt. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003.In een eerder stadium is in het aangrenzende gebied een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek en vervolgens een karterend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit alle archeologische perioden verwacht. Uit het verkennend booronderzoek blijkt een grotendeels intact bodemprofiel; het karterend booronderzoek heeft echter geen archeologische resten uit de Late Middeleeuwen of ouder opgeleverd. Nader onderzoek is voor dat terrein daarom niet aanbevolen.Het onderhavige plangebied grenst aan twee zijden met het eerder onderzochte terrein. De archeologische verwachting van het plangebied kan daarom worden overgenomen van het eerdere onderzoek.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.De karterende boringen hadden tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Op locaties waar tijdens het verkennende booronderzoek een intacte bodemopbouw is geconstateerd zijn in totaal vier karterende boringen gezet.Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Daarom kan worden aangenomen dat in het plangebied geen archeologische resten aanwezig zijn.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hardenberg. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer dr. O. Satijn (regio-archeoloog).Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).