Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed heeft in april, juli en oktober 2016 gefaseerd een Archeologische Begeleiding, protocol Opgraven uitgevoerd binnen plangebied werklocatie 31 in Zuiddorpe (gemeente Terneuzen). Waterschap Scheldestromen had het voornemen om ter plaatse van dit plangebied de bestaande sloten ter hoogte van het voormalige Fort Sint Joseph (locatie A) en de oostzijde van de Moerspuische Watergang (locatie B) te verbreden en nieuwe duikers (locatie A) te plaatsen.In het kader van een omgevingsvergunning in verband met de werkzaamheden ter hoogte van Fort Sint Joseph (locatie A), werd in 2015 een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. In het vorige decennium was het terrein reeds meerdere malen onderwerp geweest van (bureau)onderzoeken met boringen, geofysisch onderzoek en een Archeologische Begeleiding in het kader van de reconstructie van het fort in 2007.Op basis van de resultaten van het onderzoek werd een archeologische verwachting opgesteld voor locatie A. Voor de niveaus van de Formatie van Koewacht (Paleolithicum), het Laagpakket van Wierden (Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum en de Late Middeleeuwen) en het Laagpakket van Walcheren (Nieuwe Tijd) geldt een hoge archeologische verwachting. Deze hoge verwachting voor het Laagpakket van Walcheren geldt voor de 17de-eeuwse dijk aan de zuidzijde van het fort. Een uitzondering op de hoge verwachting vormt het noordelijke deel van het plangebied waar het dekzand geërodeerd is door een jongere geul, waardoor de hoge verwachting in dit deel komt te vervallen voor het niveau van het dekzand (Laagpakket van Wierden). Tevens werd de hoge verwachting voor het Laagpakket van Walcheren bijgesteld naar laag langs de bestaande sloot. Eerder onderzoek aan het fort heeft aangetoond dat de gracht rondom het fort regelmatig werd opgeschoond. Mogelijk is dit ook gebeurd in de sloot waarvan de loop sinds zijn ontstaan in 1644 niet is gewijzigd. De sloot maakte immers deel uit van het ontwateringssysteem van de Beoostenblij Bezuidenpolder. Archeologisch vervolgonderzoek werd geadviseerd bij graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,83 meter +NAP (ca. 0,40-0,60 meter beneden maaiveld).De geplande werkzaamheden aan de oostzijde van de Moerspuische Watergang (locatie B) waren volgens het bestemmingsplan vrijgesteld van archeologisch onderzoek. In 2015 werd in het kader van het gemeentelijk project Leemten in Kennis evenwel een onderzoek uitgevoerd naar onder andere de locatie van het voormalige Hof van Moere / kasteel Rommerswaele. Op basis van de resultaten van dit onderzoek werden drie vindplaatsen afgebakend ter hoogte van Fort Sint Joseph en de oostelijke oever van de Moerspuische Watergang. Volgens dit rapport is nader onderzoek noodzakelijk ter hoogte van deze vindplaatsen. De geplande werkzaamheden in het kader van de aanleg van natuurvriendelijke oevers (locatie B) doorsnijdt vindplaats A uit dit onderzoek. Binnen deze vindplaats bestaat een hoge verwachting op het aantreffen van bewoningsresten uit de periode Paleolithicum tot en met de Bronstijd. Voor de periode IJzertijd en Romeinse Tijd geldt een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Voor de periode Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting, meer bepaald op het aantreffen van archeologische waarden die gerelateerd kunnen worden aan het hof van Moere/ kasteel Rommerswaele. De sporen kunnen worden aangetroffen in de top van de dekzandrug. De top van het dekzand kan worden aangetroffen op een variërende diepte van 0 tot 1,20 meter beneden maaiveld (ca. 0,46 meter +NAP).Binnen locatie A werden twee werkputten onderzocht. In werkput 1 werd de 17de-eeuwse dijk (spoor 2) gedocumenteerd. In werkput 2 werd een oude leeflaag/bouwvoor (spoor 4) aangetroffen die op basis van zijn ligging op het pleistocene dekzand en onder het Laagpakket van Walcheren gedateerd wordt in de late Middeleeuwen B tot en met de Nieuwe tijd A (13de-16de eeuw). Zowel onder als boven deze cultuurlaag werden een aantal sporen aangetroffen zoals greppels (spoor 8 en spoor 9), een kuil (spoor 10) en sloot (spoor 11 en spoor 13).Binnen locatie B werden in werkput 3 twee brede perceelssloten (spoor 14 en spoor 15) aangetroffen die op basis van de erin aangetroffen vondsten alsook hun stratigrafische ligging gedateerd worden in de Nieuwe tijd C (20ste eeuw).Gezien het aantreffen van een oude cultuurlaag in werkput 2 op locatie A, die op basis van stratigrafische gronden gedateerd wordt in de late Middeleeuwen B en Nieuwe tijd A (13de-16de eeuw) wordt niet uitgesloten dat zich in de onmiddellijke omgeving van deze locatie laatmiddeleeuwse resten bevinden die gerelateerd kunnen worden aan het Hof ter Moere / kasteel Rommerswaele. Hoewel op locatie B geen laatmiddeleeuwse sporen werden aangetroffen, bestaat er toch een grote kans dat zich ten oosten van locatie B resten in de ondergrond bevinden afkomstig van het oude kasteel Rommerswaele. Deze hypothese wordt bekrachtigd enerzijds door fenomenen zichtbaar op luchtfoto’s alsook door het aantreffen van de oude Middeleeuwse cultuurlaag in werkput 2, alsook vondsten daterend uit de 15de eeuw in de slootkanten tijdens een archeologische inspectie naar aanleiding van een vondstmelding.