In opdracht van de gemeente Oosterhout heeft Transect b.v. in juni 2020 een opgraving uitgevoerd in
het plangebied De Contreie aan de Herweg 13 in Oosterhout. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in
het kader van sloop- en bouwwerkzaamheden in het plangebied. In 2010 heeft in de nieuwbouwwijk
De Contreie al een grootschalige opgraving plaats gevonden (Roessingh en Blom 2012). Tijdens deze
opgraving zijn archeologische resten aangetroffen van prehistorische bewoning, een urnenveld,
middeleeuwse bewoning en greppels en wegen uit de Nieuwe Tijd. Het huidige onderzoek is een
aanvulling op de grootschalige opgraving, waarbij een centraal gelegen terrein met twee schuren
betrokken wordt bij de wijk. Direct ten noordoosten van het plangebied is de ondergrondse sloop van
een woonhuis archeologisch begeleid. Tijdens deze archeologische begeleiding zijn eveneens resten
van het urnenveld en enkele nederzettingssporen uit de IJzertijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd
aangetroffen (Roessingh, 2021). Binnen het huidige plangebied zijn al in 1975, tijdens de bouw van
schuren, urnen en crematieresten aangetroffen (Roessingh en Blom 2012: 18). Eén van de
onderzoeksvragen is daarom in hoeverre deze schuren de te verwachten sporen van het urnenveld
hebben verstoord en of er mogelijkheden zijn om de oorspronkelijke context van die urnen te
reconstrueren.
De aanwezige grafstructuren en crematiegraven zijn vaak verstoord door recente
graafwerkzaamheden of vergraven door landgebruik vanaf de Late Middeleeuwen. In de oostelijke
helft van het plangebied heeft de aanleg van twee stalschuren het archeologisch niveau volledig
verstoord. De westelijke helft van de noordelijke schuur heeft sporen van twee kringgreppels, de
concentratie van crematiegraven en een cluster paalsporen deels intact gelaten. Tijdens de aanleg van
de schuren heeft de heer Schoenmakers in 1975 vier urnen gevonden. Het is waarschijnlijk dat deze
urnen ter plaatse van de westelijke helft van de noordelijke schuur zijn gevonden. Een gat gegraven in
één van de crematiekuilen wijst er onomstotelijk op dat één van de urnen uit dat graf verwijderd is.
In het algemeen heeft de opgraving in het plangebied geresulteerd in sporen van het urnenveld uit de
Late Bronstijd – Midden-IJzertijd, sporen van bewoning uit de IJzertijd en uit de Late Middeleeuwen en
sporen van bewoning en infrastructuur uit de Nieuwe tijd. De aangetroffen bodemlagen, sporen en
vondsten sluiten goed aan bij de resultaten van de voorafgaande onderzoeken van deze vindplaatsen
in het onderzoeksgebied. Nieuwe inzichten betreffen met name een opvallende concentratie van
crematiegraven tussen grafstructuren in, die behalve op ruimtelijke en chronologische verbanden op
sociale banden van de overledenen kunnen wijzen, het begraven van een erg jong gestorven kind op
een geïsoleerde locatie en het hergebruik van prehistorische grafheuvels als locaties voor bebouwing
in de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd. Bijzondere vondsten afkomstig uit crematiegraven zijn een
barnstenen kraal en een compleet dekseldoosje.
Sporen van het urnenveld van De Contreie bestaan uit zes ronde grafstructuren (kringgreppels), twee
vierkante/rechthoekige grafstructuren en negentien crematiegraven. De ronde grafstructuren en de
crematiegraven dateren in de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd. Ze maken deel uit van de vroegste fase
van het urnenveld van De Contreie. De twee vierkante/rechthoekige grafstructuren dateren op
typologische gronden in de Midden-IJzertijd. De restanten van vijf crematiegraven zijn binnen ronde
grafstructuren gevonden. In één geval was het graf volledig vergraven en waren de crematieresten en
aardewerkfragmenten in het oud-bouwlanddek opgenomen. Doorgaans gaat het om één crematiegraf
per grafstructuur, maar binnen één kringgreppel zijn twee crematiegraven naast elkaar gevonden. In
het ene graf lagen de crematieresten van een ouder persoon en fragmenten van een potje; in het
andere graf bevonden zich de crematieresten van een persoon jonger dan 21 jaar. Tussen de
crematieresten van het jonge individu is een gebroken, ringvormige kraal van barnsteen gevonden.
Overijsselhaven 127
3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705
E: informatie@transect.nl
5
Waarschijnlijk gaat het hier om een ouder en een kind. Bij de ouder zijn verbrande botresten van een
rund gevonden, die wijzen op een dieroffer of de restanten van een dodenmaaltijd.
Het merendeel van de andere crematiegraven liggen als een cluster bij elkaar tussen ronde
grafstructuren in. De aardewerkfragmenten uit deze graven wijzen op een datering, die vergelijkbaar is
met die van de ronde grafstructuren (Late Bronstijd-Vroege IJzertijd). De ruimtelijke en chronologische
verbanden tussen de grafstructuren en de crematiegraven kunnen duiden op sociale banden tussen de
overledenen. In twee crematiegraven zijn potfragmenten gevonden, die zo zeer op elkaar lijken dat
vermoed wordt dat het om dezelfde maker gaat. Deze technologische gelijkenis duidt op banden
tussen de overledenen binnen hetzelfde huishouden. De meeste crematieresten zijn van
adolescenten/volwassenen. Behalve het eerdergenoemde jongere individu betreft het twee laatvolwassenen
(ouder dan 40 jaar), een individu van 25 jaar of jonger en een infans (mogelijk rond 1
jaar). Opvallend is dat het crematiegraf van dit laatstgenoemde kind afgezonderd ligt van het cluster
crematiegraven. Dit graf heeft een vrijwel complete Schrägrand-urn opgeleverd, waarbij op een
breukrand de indruk van emmertarwe aanwezig is. Een andere bijzondere vondst is een dekseldoos
met puntoortjes (één afgebroken), die als bijgift aan de overledene is meegegeven. Verkleuringen op
sommige crematieresten zijn de enige getuigen van bijgiften van brons en ijzer.
Naast sporen van het laat-prehistorische urnenveld zijn vijf palenclusters herkend. Drie palenclusters
in het noordelijke en centrale deel van het plangebied dateren op basis van fragmenten handgevormd
aardewerk en spoorkenmerken in de IJzertijd. Eén van de palenclusters betreft een vierkante spieker.
Het cluster dat centraal in het plangebied gelegen is betreft mogelijk de restanten van een rechthoekig
gebouw, maar de sporen geven hier geen uitsluitsel over. In het zuiden vormen twee palenclusters de
overblijfselen van een schuurtje uit de Nieuwe tijd en een bijgebouw uit de Late Middeleeuwen. Het
bijgebouw heeft twee middenstaanders en lange, gebogen wanden en dateert waarschijnlijk in de 13e
of 14e eeuw. Opvallend aan deze bijgebouwen is dat ze grotendeels binnen de contouren van één of
twee prehistorische grafstructuren liggen. Deze ligging wijst erop dat de prehistorische grafheuvels ten
tijde van de bouw van deze gebouwtjes nog zichtbaar waren en dat de bewoners in die tijd dankbaar
gebruik maakten van de verhogingen in het landschap.
Twee greppelparen en een karrenspoor zijn de overgebleven sporen van de oostelijk gelegen Herweg
en het noordelijk gelegen Oosterhouts Straatje en bijbehorende greppels. De vondst van een fragment
Maaslands wit duidt op een mogelijk laatmiddeleeuwse oorsprong van één van de greppels.
Wij attenderen erop dat bij grondwerkzaamheden alsnog archeologische resten kunnen worden
aangetroffen, ondanks het uitgevoerde onderzoek. Hiervoor geldt vanuit de Erfgoedwet een
wettelijke verplichting om archeologische resten te melden. Dit kan via de Rijksdienst voor het
Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, dan wel via de gemeente.