Laagland Archeologie heeft in januari 2025 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Graafseweg 576 te Alverna. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom geplande renovatie en uitbreiding ten behoeve van een supermarkt en woningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied bestaat in het westelijke plangebied uit rivierduinruggen en -welvingen en in het oostelijke plangebied uit woeste stuifzanden en beboste stuifzandgronden. Op de bodemkaart ligt het plangebied binnen duinvaaggronden in grof zand. In het onderzoeksgebied zijn archeologische resten bekend vanaf het Laat-Paleolithicum tot Romeinse Tijd en Nieuwste Tijd (Alverna is ontstaan rondom het klooster Alverna van de Franciscanen dat in 1887 is gesticht). Op het kloosterterrein zijn resten uit de Tweede Wereldoorlog bekend. Landschappelijk ligt het plangebied in een gebied met rivierduinen waar waarschijnlijk deels herverstuiving heeft plaatsgevonden. Op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er verstuivingen in het rivierduinencomplex van Wijchen plaatsvonden vanaf tenminste Late Bronstijd/Vroege IJzertijd en in latere perioden. Op het historische kaartmateriaal lag het plangebied begin 19e eeuw in een heidegebied. Vanaf 1930 is het westelijke deel van het plangebied bebouwd. De archeologische verwachting is middelhoog voor jager verzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum) omdat natuurlijke waterlichamen op enige afstand liggen. Verder is de archeologische verwachting hoog voor de periode Midden-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen. De archeologische verwachting is middelhoog voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd en hoog voor de Nieuwste Tijd.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.De top van het archeologische niveau bestaat voornamelijk uit stuifzanden en één enkel geval uit rivierduinafzettingen en bevindt zich op 30 à 70 cm -mv (9,09 à 11,31 m +NAP). In twee van de boringen is zandig veen onder stuifzanden aangetroffen op 130 à 150 cm -mv (8,30 à 8,70 m +NAP). Er moeten dan ook in het plangebied natte omstandigheden hebben overheerst totdat er overstuiving plaatsvond vanaf ergens de Late Bronstijd en later. Om die reden kan de archeologische verwachting voor het plangebied naar laag worden bijgesteld voor de perioden Laat-Paleolithicum tot Bronstijd. De natte laagte die zich ongetwijfeld in het plangebied bevond is wel relevant voor de omgeving van het plangebied omdat dergelijke laagtes (vennen) goed geschikt waren als vestingplaats van kampementen van jager-verzamelaars en vroege landbouwers. Het kan ook zijn dat het ven vanaf het Neolithicum ontstaan is door een vernatting veroorzaakt door de ontginningen, die gepaard gingen met ontbossing. Door de grote vermindering van de transpiratie door bomen ontstond een neerslagoverschot waardoor laagten konden vernatten. De archeologische verwachting kan worden gehandhaafd voor de perioden na de Bronstijd.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hiervoor is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen benodigd.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Wijchen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw Ester van der Linden.