Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Het onderzoeksgebied ligt in een vlakte van getij-afzettingen met knippige poldervaaggronden bestaande uit klei. Buiten de oude stadskern van Dokkum zijn er in de directe omgeving van het onderzoeksgebied geen archeologische waarden bekend. Grenzend aan het onderzoeksgebied is in 2003 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (zaaknummer 2048777100). Tijdens het booronderzoek werd een bodemopbouw waargenomen die overeenkomt met een zeer dynamisch milieu. Het gebied overstroomde regelmatig en was niet geschikt als vestigingsplaats. Bij afwezigheid van cultuurlagen en vondsten werd het gebied vrijgegeven (Plasmeijer & Helmich 2003).
Om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het onderzoeksgebied 14 verkennende boringen uitgevoerd. Hieruit bleek dat de bodem in het gebied verstoord was tot 45 á 170 centimeter onder maaiveld. Hieronder waren kleiafzettingen te zien die erop duiden dat het gebied zeer dynamisch was. Zandlagen en humeuze lagen wijzen op regelmatige overstromingen van het gebied. De top van het dekzand lag tussen 390 centimeter onder maaiveld in het zuidoosten en 270 centimeter onder maaiveld in het noordwesten. Er zijn geen archeologische artefacten of bewoningslagen gevonden.