In opdracht van Protestants-Christelijke Schoolvereniging Leiden, vertegenwoordigd door de heer A. van Nuland, is door De Steekproef bv het plangebied Kiljanpad 2 in Leiden onderzocht. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen sloop en herbouw van een schoolgebouw. Bij de hiervoor benodigde graafwerkzaamheden kunnen archeologische waarden verloren gaan. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen.In het plangebied bestaat een middelhoge tot hoge verwachting voor resten vanaf de ijzertijd. Dergelijke resten worden vooral verwacht op oeverafzettingen van de Oude Rijn. Eventueel kunnen resten uit de ijzertijd al voorkomen in de top van veraard veen. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn op het terrein zes gutsboringen gezet. Deze zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld.Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem vanaf ruim anderhalve meter beneden het huidige maaiveld uit een dik veenpakket bestaat dat doorloopt tot een diepte van tenminste drie en een halve meter beneden het maaiveld. Hoewel de top van dit veen sterk is veraard, zijn hierin geen archeologische indicatoren gevonden. Boven het veen ligt een pakket venig klei waarvan de venigheid naar boven toe afneemt. Deze klei lijkt eerder als komklei te zijn afgezet dan als oeverafzetting. De omstandigheden waaronder het is afgezet waren in elk geval te nat voor bewoning. Oeverafzettingen zijn in het plangebied niet aangetroffen. Mogelijk zijn deze wel aanwezig geweest maar zijn deze verloren gegaan bij het bouwrijp maken van het terrein. Hierbij is het terrein afgedekt met een ruim één meter dik pakket zand.In verband met het ontbreken van archeologische indicatoren, alsmede in verband met het ontbreken van oeverafzettingen geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het booronderzoek archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening gehouden zou moeten worden.