Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van grondboringen op het deelterrein Vulcaan op het Europapark te Groningen, gemeente Groningen (Gr.)

DOI

Het terrein Vulcaan maakt deel uit van het ontwikkelingsplan Europapark in de gemeente Groningen. Op het deelterrein heeft in het verleden de Milieudienst VAM haar activiteiten uitgevoerd. De gebouwen en opstallen zijn afgebroken. Milieuonderzoek heeft aangetoond dat de grond hier is verontreinigd. De groep Bodemsanering van de NS heeft daarom besloten het terrein af te graven.Omdat eerder onderzoek (Dijkstra & Milojkovic 2002) heeft uitgewezen dat er mogelijk archeologische overblijfselen in de bodem aanwezig kunnen zijn, is in overleg met de gemeentearcheoloog van Groningen, drs. G.L.G.A. Kortekaas, besloten nader onderzoek te doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten op dit terrein. Daartoe heeft NS Bodemsanering opdracht gegeven aan het ARC bv (Archaeological Research & Consultancy) tot het uitvoeren van zes boringen op het deel van het terrein dat zal worden afgegraven. Deze boringen zijn uitgevoerd op 22 september 2005.Conclusie en aanbeveling:Het bleek niet mogelijk om in de boringen het pleistocene dekzand te bereiken. Alleen in boring 2 is mogelijkerwijs het dekzand aangetroffen. Door de sterke inspoeling van het opgebrachte zand uit de hogere lagen is het echter niet zeker dat dit het pleistocene dekzand betreft. Wanneer dit het geval mocht zijn, kan worden gesteld dat er geen oude bodem aanwezig was. De overgang naar het de venige klei lijkt scherp. Dit doet vermoeden dat de top van het dekzand niet onverstoord is. Het is echter zeer wel mogelijk dat het zand afkomstig is van het opgebrachte pakket.De verwijdering van het opgebrachte zand en de bovenkant van de venige kleilaag zal geen archeologie van enige waarde verstoren.Wanneer echter de venige kleilaag volledig wordt verwijderd is er een kans aanwezig dat archeologische sporen in de top van het dekzand worden verstoord. Daarom is de aanbeveling dat verwijdering van de grond tot een diepte van 250–270 cm onder het maaiveld kan worden uitgevoerd.Het verdient misschien aanbeveling om de mogelijkheid te scheppen om, nadat deze grond is verwijderd, alsnog enige boringen te zetten om de top van het pleistocene zand te bestuderen.

Date: 2005

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zus-dfzm
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zus-dfzm
Provenance
Creator Buitenhuis, H.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor b.u.l.k. archeologie, import; ARC b.v.
Publication Year 2016
Rights CC0 1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact b.u.l.k. archeologie, import (DANS)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 504257; 6169; 6766; 824; 4909
Version 1.0
Discipline Humanities