De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Basiskaart van de Venlo binnen een AMK-terrein en binnen een zone met een hoge of middelhoge archeologische verwachting. Het plangebied ligt op een dalvlakteterras op circa 200 meter ten noorden van een restgeul van de Maas. De hogere terrassen waren ideale bewoningslocaties voor jagerverzamelaars. Het paleolithisch niveau zal echter tijdens de actieve fase van de stroomgordels zijn verspoeld. Er geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf het mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode van het mesolithicum worden in de top van de Beegden Formatie verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Ook in de opvolgende periodes van het neolithicum tot de vroege middeleeuwen werden de hogere terrasvlaktes geprefereerd voor nederzettingen. Daarnaast zal de restgeul ten zuiden van het plangebied tot in ieder geval de late middeleeuwen watervoerend zijn geweest. Er geldt daarom ook een hoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de
neolithicum tot de vroege middeleeuwen.
Het plangebied ligt aan de Rengelstraat, vroeger de Visserstraat. Ten noorden van deze straat ligt een laatmiddeleeuwse boerderij, Vissers. Door de oostelijke helft van het plangebied heeft de Fossa Eugeniana gelegen. In 1623 zijn de Spanjaarden begonnen met de aanleg van dit kanaal. Bij het in handen komen van de Republiek zijn de werkzaamheden gestaakt. Begin 19e eeuw is geprobeerd het kanaal samen te voegen met Napoleons Grand Canal du Nord. Deze is echter uiteindelijk ten westen van het plangebied aangelegd. In de loop van de 19e eeuw is de Fossa Eugeniana grotendeels gedempt. Alleen nog de watergang/sloot ten oosten van het plangebied herinnert aan het voormalige kanaal. Vanwege de verwachting van resten van het kanaal
en ligging van het plangebied nabij de laatmiddeleeuwse boerderij Vissers geldt voor het plangebied een hoge verwachting op resten uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd. Op basis van het verkennend booronderzoek kan worden gesteld dat binnen het gehele plangebied vanaf het maaiveld de resten van het voormalige kanaal 17e-eeuwse Fossa Eugeniana kunnen worden aangetroffen.
Het valt niet met zekerheid vast te stellen of de natuurlijke ondergrond is aangeboord. Mogelijk is de top van de terrasafzettingen zelfs algeheel verstoord geraakt tijdens de aanleg van de Fossa Eugeniana. Voor het plangebied wordt vanwege de specifieke verwachting op archeologische resten van de Fossa Eugeniana een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Met een gravend onderzoek kan daarnaast beter worden getoetst of het oudere archeologisch niveau nog intact is. Daarnaast kan bij een gravend vervolgonderzoek beter worden getoetst of een ouder archeologisch niveau nog intact zal zijn. Bij voorkeur vindt dit plaats in de vorm van een proefsleuvenonderzoek