Laagland Archeologie heeft in mei 2025 een Inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase uitgevoerd aan de Hulteweg 1 te Coevorden. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige opstallen ten gunste van nieuwe bedrijfspanden.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003. Eerder is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en zijn een aantal verkennende boringen gezet. Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit de periode Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum verwacht. Uit de verkennende boringen is gebleken dat deels sprake is van een intact podzolprofiel. Door dichte vegetatie, puinresten en rondslingerend asbest kon eerder niet het gehele plangebied onderzocht worden. Het advies was destijds om aanvullende verkennende boringen te zetten en rondom de boorpunten met een intact bodemprofiel een aantal karterende boringen te zetten. Dit advies is overgenomen door de regio-archeoloog.Inmiddels is de vegetatie verwijderd en zijn de asbestresten deels geruimd. Dit rapport beschrijft de resultaten van de aanvullende verkennende boringen en het karterend booronderzoek. Het uitgevoerde aanvullende verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet.Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.De aanvullende verkennende boringen laten consequent een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel zien. De karterende boringen hebben geen archeologische indicatoren opgeleverd. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat geen vindplaats in het plangebied aanwezig is.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Coevorden. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, dr. O. Satijn.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).