BAAC heeft in 2021 verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd in Ravenstein, in opdracht van Gemeente Oss. In het plangebied zal een ontmoetingscentrum gebouwd worden, wat vooraf moet worden gegaan door archeologisch onderzoek vanwege de dubbelbestemming archeologie. Door middel van een bureau- en booronderzoek is de archeologische verwachting nader in kaart gebracht. Ook zijn er ontgravingen voor het onderzoek op ongesprongen explosieven archeologisch begeleid. Tenslotte is er een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.Het plangebied ligt op een bijzondere historische locatie: het Bovenste Hoornwerk. In de 17e eeuw was Ravenstein in handen van Staatse troepen en werden de vestingwerken van de stad drastisch uitgebreid. Er werden meerdere bastions aangelegd, en aan weerszijden van de stad kwamen hoornwerken te liggen. Dat zijn buitenwerken van de vesting, van waaruit belegerende troepen onder vuur kunnen worden genomen. Het hoornwerk had een wal aan de buitenkant, met daarnaast een gracht. Aan de westkant lag het Benedenste Hoornwerk en aan de oostkant het Bovenste Hoornwerk.Uit het bureau- en booronderzoek bleek dat er een hoge verwachting was voor het aantreffen van resten van het hoornwerk. In één boring werd een grachtvullling gevonden, wat mogelijk de gracht van het hoornwerk zou kunnen zijn. Op basis daarvan werd overgegaan tot een proefsleuvenonderzoek, waarbij één lange proefsleuf was voorzien.Bij het proefsleuvenonderzoek zijn meerdere archeologische sporen aangetroffen en werden vondsten gedaan uit de 17e tot en met de 20e eeuw. In het noorden van het plangebied is een gracht gevonden. Ten zuiden daarvan zijn puinkuilen, greppels en muurwerk gevonden. De aangetroffen gracht komt qua locatie overeen met een uitstulping van de westelijke gracht van het hoornwerk, die op de minuutkaart uit 1832 te zien is. Het is onduidelijk of de andere sporen bij het hoornwerk hoorden, of ouder zijn.Samen vormen sporen een archeologische vindplaats, die als behoudenswaardig wordt gewaardeerd. BAAC adviseert om deze vindplaats te behouden in situ, of indien dat niet mogelijk is ex situ door middel van een opgraving. Op basis van de resultaten kan de vindplaats niet begrensd worden. Dit advies geldt dan ook voor het gehele plangebied. Eventueel kan de vindplaats verder begrensd worden met aanvullende proefsleuven.