Golfbaan De Groote Maat te Cothen, gemeente Wijk bij Duurstede. Een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen

DOI

In opdracht van Van Empelen Van Aalderen Partners BV heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) met boringen uitgevoerd op de locatie golfterrein te Cothen, gemeente Wijk bij Duurstede, omvattend een bureauonderzoek, een inventariserend en karterend booronderzoek en een veldverkenning. Het terrein heeft tot op dit moment een agrarische functie en wordt als golfbaan ingericht. Met name het graven van waterpartijen en de diepwortelende boompartijen kunnen hier een verstoring van archeologische waarden betekenen.In het noorden van het plangebied is op de top van de uitloper van een dekzandrug een mesolithische of neolithische vindplaats aangeboord. De archeologische indicatoren omvatten vuursteen, houtskool en verbrande hazelnootdoppen. De vindplaats ligt tussen de 1,70 en 2 meter onder het maaiveld. In de inrichting van de golfbaan is hier een driving range gepland, zodat de vindplaats veilig in situ bewaard kan blijven. Met een vorm van planologische bescherming (AMK-terrein) kan vervolgens worden volstaan. In het centrum van het plangebied liggen de restanten van de woontoren Noortwijck met voorburcht. Deze omgrachte woonplaats is gebouwd in de 14e eeuw en in de 18e eeuw afgebroken. In de inrichting van de golfbaan is met de cultuur-historische waarde van dit complex rekening gehouden. Men wil de gracht weer uitgraven en de woontoren deels opmetselen. Noortwijck scoort hoog in de waardering wat betreft de beleving (het is zichtbaar en is verankerd in de geschiedenis van de omgeving) en de inhoudelijke kwaliteit (het is representatief voor de sociaal-geografische structuur van de omgeving en te vergelijken met andere woontorens in het Kromme-Rijngebied). Bovendien is ook de bijbehorende boerderij De Groote Maat aanwezig. De fysieke kwaliteit van de woontoren zal door nader onderzoek aangetoond moeten worden. De kans is reëel dat er behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zullen zijn en de provincie nadere voorwaarden met betrekking tot de inrichting van het gebied zal stellen.Op grote delen van het plangebied ligt het zand van de stroomrug en crevasserug diep, tussen de 0,8 en 2 meter onder het oppervlak, zodat er geen bedreiging van archeologische waarden optreedt. Alleen in de zuidoostelijke punt van het plangebied ligt het minder dan 50 cm onder het maaiveld en soms aan het oppervlak. Tijdens de veldverkenning is daar veel nederzettingsmateriaal aangetroffen. Het meeste van het aardewerk kan gedateerd worden in de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd, maar ook 19e-eeuws porselein is aanwezig. Andere vondsten zijn pijpenkop/steel en bouwmateriaal. Het vondstmateriaal kan van oude woonplaatsen afkomstig zijn, maar in de boringen ontbreken aanwijzingen hiervoor. Er is geen middeleeuws materiaal en geen vuile bewoningslaag in de boormonsters aangetroffen. Een andere mogelijkheid is dat in de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd nederzettingsafval van de boerderijen in de omgeving op de akkers is gestort. Volgens de gemeente heeft hier niet recentelijk grondverzet plaatsgevonden.Of in de zuidoostelijke punt van het onderzoeksgebied op de locatie van het hoogste deel van de stroomrug (de rode band Fs1 en de aangrenzende gebieden) aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is, hangt af van de omvang en diepte van de bodemingrepen. De geplande bodemingreep in het zuidoostelijke deel van het plangebied, een bunker, vormt een bedreiging voor eventueel aanwezige laat-middeleeuwse of recentere woonplaatsen. Vestigia adviseert op het areaal waar de stroomrug direct in of onder de bouwvoor aanwezig is, een aanvullend karterend en eventueel waarderend booronderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid en de omvang van woonplaatsen vast te stellen. Een andere optie is dit deel van het plangebied af te dekken met een laag aarde waarvan de dikte minimaal de diepte van de bodemingrepen omvat, of de inrichtingsplannen zodanig aan te passen dat bodemverstorende ingrepen vermeden worden.Wat betreft de locatie van woontoren Noortwijck adviseert Vestigia een geo-fysisch onderzoek via grondradar en/of electromagnetisch onderzoek om de grachten en de gebouwen van de woontoren Noortwijck te lokaliseren. In de plannen is reeds voorzien dat het complex geheel of gedeeltelijke beleefbaar wordt gemaakt. Mogelijk kan tevens het tracé van de trambaan in de inrichting van het plangebied als wandel- of fietspad opgenomen worden, evenals het veenstroompje de Meer of Lake.Wat betreft het overige deel van het plangebied, adviseert Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie gezien de diepte van het oorspronkelijke archeologische landschap en het ontbreken van bodemingrepen die mogelijke vindplaatsen verstoren, geen nader archeologisch onderzoek en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de inrichting van de golfbaan.

Vestigia V256

Date: 15-09-2005 (aanvang onderzoek)

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zay-j5wg
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zay-j5wg
Provenance
Creator M. Diepeveen-Jansen; K. Klerks
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor b.u.l.k. archeologie, import; Vestigia b.v.
Publication Year 2015
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact b.u.l.k. archeologie, import (DANS)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 9666; 9926; 898; 4516; 9087110
Version 1.0
Discipline Humanities