In opdracht van Schoots Architecten, die optreden namens de heer Vreugdenhil, heeft RAAP op 26 en 27 februari 2018 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd in verband met de geplande nieuwe soosruimte op het perceel Kloosterstraat 3-5 te Nijkerk. Het waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven werd aanbevolen naar aanleiding van de (verwachte) archeologische waarde van het terrein. Het gaat om een perceel in de historische stadskern van Nijkerk waarin zich ter hoogte van het plangebied mogelijk resten van het laatmiddeleeuwse St. Catherinaklooster kunnen bevinden. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn archeologische resten gevonden uit het stedelijke verleden van Nijkerk. Aan de basis, op vlak 2, zijn sporen (greppels, paalsporen en kuilen) aanwezig die wijzen op pre-stedelijk bewoning van voor de 15e eeuw. Enkele sporen (een kuil en een waterput) vormen mogelijk de overblijfselen van de oudste stedelijke fase uit de 15e eeuw. Mogelijkerwijs betreft het sporen van het kloostercomplex. In vermoedelijk de 18e of uiterlijk de 19e eeuw is de bodem grotendeels omgezet. In de omgezette bodem zijn kuilen, funderingsmuren, en kelders aangetroffen uit eveneens de 18e of 19e eeuw. In het westelijke deel van WP 2 is een intact stedelijke ophogingspakket aangetroffen. Op basis daarvan kan verondersteld worden dat langs de Kloosterstraat een circa 7 m brede strook gespaard is gebleven bij het grondverzet. Aan de basis van het geroerde pakket zijn slechts plaatselijk wat diepere verstoringen aanwezig en kunnen vroeg-stedelijke resten, waaronder die van het klooster, nog aanwezig zijn. Ook oudere nederzettingssporen uit de late middeleeuwen of eerder bevinden zich op dat niveau in gave toestand. Sporen van de stedelijke ontwikkelingsfase uit de periode 15e-18e eeuw zullen waarschijnlijk grotendeels zijn verdwenen. Laat-stedelijke sporen vanaf de 18e of 19e eeuw zijn wel weer aanwezig. De gaafheid en conservering van de resterende archeologische resten worden als gemiddeld tot hoog gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor de inhoudelijke kwaliteit. De aanwezige archeologische resten worden daarmee als behoudenswaardig gewaardeerd. Op basis van de huidige bodemopbouw worden archeologische resten verwacht vanaf 0,2 m -Mv.De diepste resten worden verwacht aan de basis van het stedelijke ophogingspakket op 1,2 tot 1,4 m -Mv. Er wordt derhalve in principe geadviseerd geen bodemingrepen dieper dan 0,2 m -Mv uit te voeren. Aangezien de huidige plannen bestaan uit het afgraven van de bovenste 0,8 m en het funderen op palen met een relatief hoge dichtheid, wordt geadviseerd de archeologische resten ex situ veilig te stellen door middel van een opgraving.