Resultaten inventariserend veldonderzoek (aanvullend karterend booronderzoek)
Opnieuw laten de meeste karterende boringen een bodemopbouw zien bestaande uit een bewerkte huidige bouwvoor met hieronder een intact restant van een van nature gevormde veldpodzolbodem, in de vorm van (een deel van) de inspoelings-Bhe-horizont en de overgangs-BC-horizont, dan wel direct de overgangs-BC-horizont. Vanaf circa 70/80 cm -mv bevindt zich de C-horizont. De veldpodzolbodem heeft zich gevormd in dekzandafzettingen. Ook laten een aantal boringen een in meer of mindere mate recent verstoorde bodemopbouw zien. Met een grote boordichtheid zijn meer terrein-delen te onderscheiden waar kennelijk al (lokale) bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd. Het merendeel van de boringen waar sprake is van een verstoorde bodemopbouw, liggen langs de buitenranden van het aanvullend onderzochte terreindeel. Plaatselijk zijn in de bewerkte bouwvoor dan wel geroerde/verstoorde lagen grond enkele fragmenten/kleine brokjes beton- en baksteenpuin aangetroffen. Dit is waarschijnlijk tijdens het agrarisch gebruik, dan wel tijdens de inrichting van het industrieterrein vermengd geraakt in de bouwvoor dan wel in de geroerde/verstoorde lagen grond (lokale verstoringen/vergravingen, waarna grond is teruggestort). Het is vanuit archeologisch oogpunt niet relevant. Verder zijn in het zeefresidu van het opgeboorde materiaal geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het aanvullend karterend booronderzoek is er geen duidelijke aanleiding meer om nog de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat, op basis van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, de middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten en/of sporen uit de perioden vanaf het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen bijgesteld dient te worden naar een lage verwachting. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt niet bevestigd voor wat betreft de verwachte archeologische waarden.
Advies
Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, adviseert Econsultancy om binnen het plangebied, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. In géén van de boringen zijn archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. Daarnaast laten een aantal van de gezette karterende boringen zien dat binnen terreindelen sprake is van een verstoorde bodemopbouw.
Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).