Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (14945.001) Enghuusweg 13 te Putten

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Het plangebied ligt op een stuwwalglooiing dan wel een daluitspoelingswaaier die waarschijnlijk bedekt is met (gordel)dekzand, als overgangs-/randzone van de ten oosten gelegen Stuwwal van Garderen naar het ten westen gelegen Pleistocene bekken van de Gelderse Vallei. Gordeldekzandgebieden, op de flanken van stuwwallen, betreffen landschappelijke eenheden waar vaak een hoge dichtheid aan archeologische resten kan worden verwacht. Op het Husselerveld, circa 650 meter ten noordwesten van het plangebied, zijn nederzettingsrestanten aangetroffen uit respectievelijk de Late-IJzertijd, de Vroeg-Romeinse tijd, de Vroege-Middeleeuwen en de Volle-Middeleeuwen. Enkele prospectieve onderzoeken die uitgevoerd zijn in de directe nabijheid van het plangebied, hebben niet geresulteerd in het aantreffen van archeologische indicatoren en/of er was sprake van een verstoorde bodemopbouw. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting wel laag. Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van het plangebied een historisch (boeren)erf heeft gelegen. Wel wordt een (matig dik) plaggendek verwacht, welke is opgebracht vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw en waarschijnlijk al eerder. Vanaf het begin van de tweede helft van de 20e eeuw is het plangebied wel onderhevig geweest aan bouwwerkzaamheden (en dus graafwerkzaamheden), toen het plangebied voor een groot deel in gebruik werd genomen als bedrijfsterrein.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigt de verwachting dat binnen het merendeel van het plangebied, en vooral binnen het bedrijfsterrein, grootschalige bodemverstorende ingrepen/vergravingen zijn uitgevoerd die waarschijnlijk veroorzaakt zijn door bouw- en graafwerkzaamheden gedurende de tweede helft van de 20e eeuw. Verstoringsdieptes loopt uiteen van minimaal 75 cm -mv tot wel 330 cm -mv, waarbij grondlagen voorkomen van humeus zand vermengd met geel zand dat ofwel bouwzand betreft of wel dekzand van oorspronkelijke 1C-horizont. Onder het verstoringsniveau is ook sprake van een scherpe overgang naar de 1C-horizont. Bij enkele boringen is binnen de algemene boordiepte van 220 cm -mv een overgang naar sneeuwsmeltwaterafzettingen/hellingsafspoelingen (2C-horizont) waargenomen. Alleen bij twee boringen gezet in de tuinen van de twee woonpercelen in het noordwestelijke en centraal-noordelijke deel van het plangebied zijn bodemverstorende ingrepen bewerkt geweest tot de humeuze bovengrond. Hieronder is nog een intact restant van een haarpodzolbodem aangetroffen, bestaande uit nog een dun restant van een inspoelings-1Bhs- en een overgangs-1BC-horizont, tussen circa 60 en 80 cm -mv. De recent bewerkte humeuze bovengrond betreft wellicht het voorheen opgebrachte plaggendek, waardoor er ten tijde van het agrarisch gebruik van het plangebied sprake is geweest van een laarpodzolbodem (30-50 cm dik plaggendek) dan wel een hoge enkeerdgrond (>50 cm dik plaggendek). ConclusieOp basis van de diepte van het intacte restant van een haarpodzolbodem en de verstoringsdieptes waargenomen in de boringen gezet op het bedrijfsterrein en de toegangsweg (welke het merendeel van het plangebied beslaan), wordt geconcludeerd dat bodemverstorende ingrepen reiken tot gemiddeld 30 cm in de top van de oorspronkelijke C-horizont. Dit zal ook gelden voor de bebouwde terreindelen binnen het plangebied. Daarnaast hebben er in de tweede helft van de 20e eeuw, en vooral in de jaren ’50 en ’60, al veel bouwwerkzaamheden plaatsgevonden binnen het plangebied. Hierdoor is het archeologisch potentiele vondst- als sporenniveau waarschijnlijk merendeels zo niet volledig verstoord/vergraven, zeker ter plaatse van waar de nieuwe supermarkt zal worden gebouwd in de zuidelijke helft van het plangebied. De hoge archeologische verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m de Middeleeuwen kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de perioden Nieuwe tijd was de verwachting al laag en blijft laag.AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er zijn reeds grootschalige verstoringen/vergravingen uitgevoerd, zeker binnen het bedrijfsterrein dat het merendeel van het plangebied beslaat, waar juist ook de nieuwbouw gepland is. Archeologische waarden worden hier niet meer in situ worden verwacht.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Date Accepted: 05-05-2021

Date Accepted: 2021-05-05

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xfx-jtmx
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xfx-jtmx
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10275; 11242567; 10438; 1053; 4359
Version 1.0
Discipline Humanities