In oktober 2021 is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd
voor het plangebied Oorgat 6-6a te Edam, gemeente Edam-Volendam. Het onderzoek is op zorgvuldige
wijze uitgevoerd conform de richtlijnen van de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA
4.1).
De aanleiding tot het bureauonderzoek werd gevormd door geplande bodemverstorende werkzaamheden
die een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische waarden.
De werkzaamheden bestaan uit de sloop van een bedrijfswoning en loods, de egalisatie van het terrein en
de bouw van een vrijstaande woning (138 m²) en een woonzorgcomplex (726 m²). Ontgravingen ter
plaatse van de woning zullen tussen ca. 1,0 en 1,6 meter onder het huidige maaiveld reiken. Voor het
woonzorgcomplex zal minder diep gegraven worden: tussen ca. 0,10 en 0,50 meter. Ook de zone direct
ten noorden van het geplande parkeergedeelte en tussen de geplande woning en het geplande complex
zal enigszins ontgraven worden (bijlage 5). De oppervlaktes en dieptes komen boven de in het
bestemmingsplan en archeologische nota vastgelegde vrijstellingsgrens (onderzoek verplicht bij plannen
groter dan 50 m² en dieper dan 0,35 m -mv), waardoor archeologisch onderzoek verplicht wordt gesteld.
Het doel van het onderhavige onderzoek was het verwerven van informatie aan de hand van bestaande
bronnen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Uit het onderzoek
is gebleken dat er binnen het plangebied een hoge kans is op het aantreffen van nederzettingsresten uit
de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Deze kunnen zich reeds binnen enkele decimeters onder de
oppervlakte bevinden en kunnen concreet bestaan uit fundamenten van huizen, ophogingen, afvalkuilen,
waterputten, beerputten, paalsporen van huizen, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen alsmede sporen van
werkplaatsen en handelsactiviteiten. Vooral in de de zuidwesthoek van het plangebied (het deel rond de
geplande vrijstaande woning) zullen archeologische waarden bedreigd worden, hier is de ontgraving het
grootst en bevinden zich vermoedelijk nog intacte archeologische nederzettingsresten vanaf de Late
Middeleeuwen.
Vooral in de de zuidwesthoek van het plangebied (het deel rond de geplande vrijstaande woning) zullen
archeologische waarden bedreigd worden, hier is de ontgraving het grootst en bevinden zich vermoedelijk
nog intacte archeologische nederzettingsresten vanaf de Late Middeleeuwen.
Ter hoogte van het parkeergedeelte worden ook intacte archeologische nederzettingsresten vanaf de Late
Middeleeuwen verwacht al zullen deze mogelijk deels verstoord zijn door de huidige bebouwing. Deze
verwachtte resten worden echter (net zoals die op het achterterrein) niet bedreigd omdat het maaiveld
hier wordt opgehoogd. Op de locatie van het geplande woonzorgcomplex zal tot een geringe diepte
ontgraven worden (maximaal 0,5 m -mv), hier is de verwachting op nederzettingsresten minder hoog
omdat bebouwing hier ontbreekt op de kaart uit 1700 (afbeelding 10). Bovendien overlapt het grootste
deel van het geplande woonzorgcomplex met de bestaande loods, hier zal de ondergrond al tot enige
diepte verstoord zijn.
Omdat nu nog onduidelijk is in hoeverre het bodemprofiel intact is en om de bodemopbouw in kaart te
brengen, wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd. Er dient in ieder geval geboord te worden op
de locatie van de geplande vrijstaande woning en de directe omgeving hiervan (de strook ten westen van
de woning en naar het noord(oost)en toe tot aan de geplande loods, het oostelijke deel dat binnen het
parkeergedeelte valt hoeft niet onderzocht te worden). Op afbeelding 13 is binnen het blauwe kader het
deel van het plangebied te zien waarvoor een vervolgonderzoek is geadviseerd.
Het doel zal zijn eventuele (sub)recente verstoringen in kaart te brengen, de geomorfologie van de bodem
te bepalen en de ondergrond te controleren op de aanwezigheid van archeologische resten en
ophogingslagen.