In opdracht van Adromi Groep heeft RAAP in augustus 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Roelofshoeveweg te Duiven in de gemeente Duiven. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.In het plangebied zijn 129 boringen verricht in een grid van 20 bij 25 m met een maximale boordiepte van 300 cm –mv. De bodem in het plangebied bestaat uit afzettingen van de Formatie van Kreftenheye afgedekt door komafzettingen van de Formatie van Echteld. Het hoger gelegen Pleistocene zand bevindt zich in het zuiden van het plangebied (met name het zuiden en zuidoosten), het lager gelegen deel bevindt zich in het noorden. De hoger gelegen delen bestaan uit terrasrestruggen. In enkele boringen is boven de Laag van Wijchen (sterk) lemig zand aanwezig, geïnterpreteerd als (beginnende) duinvorming/flank van een duin dan wel reactiveringsfase van de geul. De top van de Laag van Wijchen is humeus en gaat naar boven toe geleidelijk over in de humeuze kleiige dan wel venige (holocene) komafzettingen. Er zijn meerdere laklagen aanwezig, die over vrijwel het gehele gebied te vervolgen zijn. Naar boven toe worden de komafzettingen kleiiger en siltiger en zijn ze niet meer humeus. De afzettingen worden afgedekt door een opgebracht pakket en/of een recente bouwvoor.In een groot aantal boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hoofdzakelijk om houtskoolspikkels, houtskoolfragmenten en enkele kleine brokjes houtskool. Tevens is in twee boringen verbrande leem (spikkels) aangetroffen. Het houtskool is aangetroffen in een aantal stratigrafisch van elkaar gescheiden niveaus. Het houtskool in de komafzettingen concentreert zich met name in de oostelijke helft van het plangebied. Ook in de Laag Van Wijchen is houtskool aanwezig, evenals in de terrasrestrug en (beginnend) rivierduin/reactivering geul boven de Laag van Wijchen. De verbrande leem is aangetroffen in de terrasrestrug en in de bovenste laklaag van de holocene komafzettingen.Op basis van het booronderzoek kan de lage en middelhoge verwachting naar boven toe worden bijgesteld. De aanwezigheid van houtskool en enkele spikkels verbrande leem, aangetroffen in verschillende stratigrafisch van elkaar gescheiden evenals het aangetroffen gebroken kwarts tijdens voorgaand onderzoek (Heunks & Boemaars 2003) en de vergelijkbare setting van de nabijgelegen vindplaats Duiven - De Hummel doen vermoeden dat er wel degelijk één of meerdere archeologische vindplaatsen aanwezig (kunnen) zijn binnen het plangebied, dan wel in de directe omgeving hiervan. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen(voor een uitgebreid advies wordt verwezen naar hoofdstuk 4.2). Geadviseerd wordt om geen bodemingrepen te laten plaatsvinden onder 8,55 m +NAP. Voor de grondroerende activiteiten boven 8,55 m +NAP wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Echter, indien de inrichtingsplannen bestaan uit (grootschalige) afdekking van de bodem, dan dient de kans op verblauwing in acht te worden genomen en zo mogelijk worden voorkomen (bijvoorbeeld door af te zien van asfalt/stelcomplaten en/of voldoende openingen in te bouwen). Indien het niet mogelijk is om grondroerende activiteiten te beperken tot boven 8,55 m +NAP en/of zijn de inrichtingsplannen dusdanig dat de kans op verblauwing groot is, dan wordt aanbevolen om een waarderend onderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek dient meer inzicht te geven in de aard, omvang, datering, diepteligging, gaafheid, conservering en waarde van deze archeologische resten/archeologische vindplaats(en).