Laagland Archeologie heeft in juni – juli 2022 een aanvullend bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd op een aantal terreinen aan de oostkant van de oude kern van Holten. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.In een eerder stadium is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een deel van de nu onderzochte gebieden. Recent is daar nog een deelgebied bijgekomen. Hiervoor is een aanvullend bureauonderzoek uitgevoerd. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek liggen de plangebieden op een stuwwal en/of hellingafspoelingen. In de plangebieden zijn hoge zwarte enkeerdgronden te verwachten. Mogelijk ook is onder het plaggendek sprake van een oude akkerlaag. Met name in het zuidelijke deel is sprake van zeer oude esontginningen (mogelijk Romeinse Tijd of Vroege Middeleeuwen). De esontginningen in de deelgebieden Stationsstraat en Weversstraat zijn later (Volle Middeleeuwen – Vroege Nieuwe Tijd). In de omgeving van het plangebied zijn diverse resten uit de periode Laat-Neolithicum – Late Middeleeuwen bekend. Een klein deel van het plangebied ligt in de historische kern van Holten. Hier zijn bebouwingsresten vanaf in ieder geval circa 1000 na Chr. te verwachten. Langs de Kolweg is bebouwing ontstaan na 1787. In de plangebieden kunnen resten uit de periode Laat-Neolithicum – Late Middeleeuwen verwacht worden en langs de zuidrand ook resten uit de Nieuwe Tijd.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in de meeste boringen een intact plaggendek aanwezig is. Daaronder ligt een aangeploegde C-horizont, gevolgd door een intacte C-horizont. Het oorspronkelijke woonniveau is vermoedelijk deels verdwenen, maar de kans dat nog ondiepe en diepe grondsporen resteren is aanzienlijk. Het verwachtingsmodel kan daarom gehandhaafd blijven. Daar waar bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek van toepassing. Voor de deelgebiedjes aan de Waagweg en Weverstraat is vervolgonderzoek alleen aan de orde bij bodemverstoringen dieper dan 50 cm -mv.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Rijssen-Holten. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. Satijn.Mochten tijdens civiele werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).