Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (12186.005) Drostendijk 71 te Beemte-Broekland

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de Steentijd (Jagers-Verzamelaars) en een hoge verwachting vanaf de Late-Prehistorie (Landbouwers), vanwege de verwachte ligging van het plangebied binnen relatief hoger gelegen delen van een zuidwest-noordoost georiënteerde en met dekzand bedekte daluitspoelingswaaier. Deze daluitspoelingswaaier zal in principe al een gunstige ligging hebben gehad voor Jagers-Ver¬zamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers had het plangebied een gunstige ligging. Er was voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden aanwezig voor landbouw. Het lager gelegen gebied ten noorden van het plangebied (laag gelegen terrasresten van de daluitspoelingswaaier) vormde wellicht natuurlijke graslanden en daarmee geschikte graasgronden voor vee. Pas in de tweede helft van de 18e eeuw dan wel aan het begin van de 19e eeuw is het plangebied ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik en ontstond in de westhoek van het noordoostelijke deel van het plangebied (huidige erf) een boerenerf. De oudste bebouwing betrof in eerste instantie een woonboerderij met nog een kleine schuur en waarschijnlijk in de tweede helft van de 19e eeuw een aangebouwde woning aan de zuidzijde. De woonboerderij en aangebouwde woning zijn in 2002 gesloopt. Het aantal archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied is tot op heden beperkt. Reeds uitgevoerde prospectieve onderzoeken (bureau- en verkennende booronderzoeken) laten door landbewerking verstoorde bodems zien, echter nog wel met een intact restant van de oorspronkelijke bodemopbouw. Daar waar reeds navolgend gravend onderzoek is uitgevoerd, heeft dit echter nog niet geleid tot het aantreffen van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen.Resultaten inventariserend veldonderzoekUit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat in het zuidwestelijke deel van het plangebied, dat in gebruik is als graslandperceel, agrarische bewerking (ploegwerkzaamheden) heeft geleid tot een verstoorde bodemopbouw. Hier is sprake van een humeuze bovengrond/bouwvoor, gevolgd door een overgangslaag waar humeus zand is opgemengd met “geel” zand van de 1C-horizont. Wellicht dat de humeuze bovengrond voorheen een plaggendek betrof, echter door moderne agrarische bewerking is deze tot in de 1C-horizont omgewerkt. Onder het verstoringsniveau bevindt zich ook direct de 1C-horizont. Binnen het noordoostelijke deel van het plangebied, zijnde het huidige erf, is over het algemeen sprake van een dieper gelegen verstorings-niveau met tevens meer variatie in de verstoringsdiepte, duidend op diverse bodemverstoringen die binnen het erf hebben plaatsgevonden. Ook hier betreft de onverstoorde bodemopbouw weer direct de 1C-horizont. Het oorspronkelijk moedermateriaal betreft een zeer dunne laag/een dun deken van dekzandafzettingen (1C-horizont) met hieronder daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen, 2C-horizont).  In het meest noordelijke deel van het erf zijn in het verstoorde deel van de bodemopbouw brokken van een E- en B-horizont waargenomen. Op de meest hoge delen van de daluitspoelingswaaier heeft zich van nature een humuspodzolbodem (meest waarschijnlijk een veldpodzolbodem) kunnen vormen. Daarbuiten zal eerder sprake zijn geweest van goor-/beekeerdgronden. Een groot deel van het plangebied zal in de periode voor de grootschalige ontginning te maken hebben gehad met (periodiek) hoge grondwaterstanden en daardoor vrij natte/drassige condities. Dit tamelijk natte gebied zal voor bewoning minder aantrekkelijk zijn geweest. Aangetroffen fijne resten beton-/baksteenpuin en kalkmortel in een boring gezet in de westhoek van het huidige erf, op een diepte tussen 70 en 100 cm -mv in het omgewerkte/geroerde deel van de bodemopbouw, betreffen waarschijnlijk sloop-/uitbraakrestanten van de voormalige woonboerderij en aangebouwde woning die in 2002 zijn gesloopt. Het duidt erop dat de ondergrondse delen van deze voormalige bebouwing zijn verwijderd tijdens de sloop.ConclusieGeconcludeerd wordt dat het archeologisch potentiële vondstniveau binnen het gehele plangebied al volledig is verstoord/vergraven. De variatie in verstoringsdiepte wijst er tevens op dat binnen het merendeel van het plangebied diverse bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden, waardoor veelal meerdere decimeters van de oorspronkelijke top van de 1C-horizont is verstoord. Hierdoor zal het archeologisch potentiële sporenniveau binnen het plangebied grotendeels zo niet geheel zijn verstoord/vergraven. De middelhoge verwachting voor Steentijd (Jagers-Verzamelaars) en de hoge verwachting vanaf de Late-Prehistorie (Landbouwers) bijgesteld dient te worden naar een lage verwachting.AdviesOp grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De aangetroffen bodemopbouw laat zien dat een groot deel van het plangebied in het verleden, voor de grootschalige ontginning, hoogstwaarschijnlijk een ligging heeft gehad in een tamelijk nat gebied. Verder is binnen het gehele plangebied de natuurlijke bodemopbouw verstoord tot minimaal de oorspronkelijke top van de C-horizont dan wel dieper. Voor het gehele plangebied dient de verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden bijgesteld te worden naar een lage verwachting. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Date Accepted: 22-04-2021

Date Accepted: 2021-04-22

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xnc-uhmv
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xnc-uhmv
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10939; 15283713; 11107; 1086; 4359
Version 1.0
Discipline Humanities