Archeologisch bureauonderzoek project verplaatsen bushaltes N242 Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard (NH)

DOI

Uit het bureauonderzoek blijkt dat dat het plangebied op vrij vlak tot zeer vlakke afzettingen ligt die onder invloed van het getij zijn gevormd. Deze gronden bestaan, wanneer ge-extrapoleert, voornamelijk uit kalkrijke leek-/woudeerdgronden. Wanneer gekeken wordt naar de AHN is te zien dat het landschap van het plangebied lager ligt dan het gebied ten noordwesten van het plangebied. Dit komt doordat het plangebied op de rand ligt van een droogmakerij. Daarnaast ligt de noordelijke kant van deelgebied 2 op een dijk.

Binnen een straal van 1000 m rond het plangebied zijn dertien onderzoeksmeldingen bekend, waarvan twaalf bureauonderzoeken en één booronderzoek. Voor vier bureauonderzoeken en het booronderzoek is geen literatuur beschikbaar in Archis of het E-depot. In drie van de overige zeven bureauonderzoeken is archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een booronderzoek, een archeologische begeleiding of een aanvullend bureauonderzoek. Doordat alle beschikbare onderzoeken bureauonderzoeken betreffen is er niks bekend over de bodemopbouw in de omgeving van het onderzoeksgebied.

Wanneer gekeken wordt naar de paleogeografische reconstructiekaarten dan ligt het plangebied rond 9000 v. Chr. aan de rand van een riviervlakte of beekdal naast pleistocene dekzanden die beneden 16 m-nap liggen. Rond 5500 v. Chr. ontstond een open waddenlandschap waarbij het plangebied in het water ligt. Omstreeks 2750 voor Chr. begon de open waddenkust zich te sluiten door de vorming van een duinrand wat leidde tot veenvorming. Van 2750 voor Chr. tot 1500 lag het plangebied in een uitgestrekt veengebied. Pas in 1631 werd het gebied drooggelegd waarna bewoning mogelijk was. Wanneer gekeken wordt naar historische kaarten zoals de Kadastrale Minuut valt op dat het plangebied nooit bewoond is geweest en altijd een kruispunt van wegen is geweest.

De archeologische verwachting voor het plangebied is van het paleolithicum tot en met de Romeinse tijd laag. In principe kunnen uit het paleolithicum-mesolithicum vuursteenvindplaatsen in de bodem aanwezig zijn. Deze zullen zich in de toplaag van het Pleistocene dekzand bevinden, in het onderzoeksgebied bevindt deze zich op 24 tot 22 m-NAP. In het neolithicum en de bronstijd bestond het landschap uit een getijdegebied waarbij het plangebied in de zee lag. In de ijzertijd en Romeinse tijd was het gebied rondom het plangebied volledig bedekt met veen. Voor de middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Bewoning in het gebied was door de dreiging van het water onmogelijk tot de inpoldering in 1631.Hiervan ligt een gedeelte van de dijk van de Heerhugowaard ten noorden van deelgebied 2. Daarnaast kunnen er bewoning- en ontginningssporen worden aangetroffen. Aan de noordzijde van deelgebied 1 ligt namelijk op de Kadastrale Minuut een molen en ten oosten van deelgebied 2 ligt een boerderij.

Het archeologiebeleid van de gemeente Dijk en Waard is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Actualisatieplan Heerhugowaard (23-04-2024)’. Wanneer gekeken wordt naar deze kaart is te zien dat voor deelgebied 1 ‘Waarde- Archeologie 1, 2, 5 en 6’ geldt en voor deelgebied 2 geldt ‘Waarde-Archeologie 1, 2, 3 en 7. Voor de waardes ‘Waarde-Archeologie 1, 2, 3 en 6’ geldt dat het plangebied groter is dan de vrijstellingsgrens.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/ZPXEMD
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/ZPXEMD
Provenance
Creator T.N. Krol
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Krol, T.N.
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Krol, T.N. (MUG Ingenieursbureau)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 5028222
Version 1.0
Discipline Humanities