In werkput 1, 2 en 3 zijn archeologische sporen aangetroffen uit vermoedelijk de Midden Bronstijd. Het betreft paalkuilen die behoren tot een of meerdere structuren die zich bevinden tussen werkput 1 en 2. De aard van de structuren valt door de beperkte grootte van de sleuven niet te bepalen. Geconcludeerd kan worden dat, gezien de hoeveelheid aardewerk uit de Midden-Bronstijd, dat er bewoning uit deze periode in het plangebied heeft plaatsgevonden en dat de structuren en sporen ook tot deze periode gerekend moeten worden. Deze vindplaats bevindt zich rondom de proefsleuven 1 en 2.In alle proefsleuven komt een kleinere hoeveelheid aardewerk uit de Vroege IJzertijd voor. Gezien de hoeveelheid en het feit dat dit aardewerk alleen bij de aanleg van de proefsleuven is aangetroffen, is dit alleen een indicatie voor activiteiten in de Vroege IJzertijd in het plangebied. Bewoning is evenwel niet vastgesteld. Dit geldt ook voor de andere periodes waarvan aardewerk in het plangebied is aangetroffen, zoals de Vroege Middeleeuwen en de Late Middeleeuwen. Het aardewerk uit de Late Middeleeuwen is zeer waarschijnlijk afkomstig van potstalbemesting. Aangezien er ook aardewerk uit de Vroege Nieuwe tijd is aangetroffen (1500-1550) kan de ontwikkeling van het esdek gedateerd worden in de Late Middeleeuwen en de Vroege Nieuwe tijd.