Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Oosteinde 2-4 (ong.) te Westerbork, gemeente Midden-Drenthe (DR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Oosteinde 2-4 (ong) te Westerbork, gemeente Midden-Drenthe (DR)

DOI

Laagland Archeologie heeft in september 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan het Oosteinde 2-4 (ong) te Westerbork. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van een nieuwe woning.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in het Drentse Zandgebied. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten blijkt dat gedurende de laatste ijstijd het plangebied tussen verschillende rivierdalen ligt in het noorden en zuiden. Tussen 5500 en 2750 voor Chr. vind veengroei in de omgeving van het plangebied plaats. Dit veen trekt zich tussen 1500 en 1850 na Chr. terug. Binnen het plangebied zelf heeft nooit veengroei plaatsgevonden.Geomorfologisch en bodemkundig is het plangebied niet gekarteerd. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een dekzandrug. Bodemkundig ligt daar een hoge zwarte enkeerdgrond. Ten zuiden van het plangebied ligt een plateau- achtige grondmorenerug met daarachter een droogdal. Bodemkundig ligt daar een veldpodzolgrond.Op het AHN is te zien dat het plangebied op een overgang ligt van een hoogte in het noorden naar een laagte in het zuiden. De hoogte in het noorden komt overeen met de dekzandrug en de laagte met het droogdal zoals deze op de geomorfologische kaart zijn weergegeven. Verder is te zien dat het noordoostelijke deel van het plangebied meer dan een halve meter lager ligt dan de rest van het plangebied.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bekend. De nadruk ligt hierbij op resten uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Deze resten zijn met name gevonden in het AMK terrein op 60 m ten westen van het plangebied (historisch centrum Westerbork). Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is dit AMK terrein verlengt in oostelijke richting waardoor het plangebied zich er nu in bevindt.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als (moes)tuin. Het plangebied ligt verder aan de historische weg in de oude kern van Westerbork. Het plangebied is in historische tijden (vanaf in ieder geval 1832) niet bebouwd geweest.Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de periode Laat Neolithicum ? Vroege Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen ? Nieuwe Tijd.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Tijdens het veldonderzoek is in het zuidwestelijke plangebied waarschijnlijk een grondspoor aangetroffen. Elders is overwegend een ophoogdek aanwezig. Eronder is sprake van een grotendeels intacte dekzandopduiking.Op basis van het booronderzoek worden archeologische resten verwacht. Indien hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is archeologisch vervolgonderzoek van toepassing. We adviseren hier een proefsleuvenonderzoek, specifiek op de geplande nieuwbouwlocatie. Voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek is een door de gemeente goed te keuren Programma van Eisen (PvE) benodigd. Gezien de geringe omvang van het plangebied adviseren we in het PvE te voorzien in een doorstart naar een opgraving.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Midden-Drenthe. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, stichting Libau.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/CNAJGC
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/CNAJGC
Provenance
Creator Laagland Archeologie VOF
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO; Laagland Archeologie BV
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml; application/octet-stream; application/zip
Size 4345837; 13224; 8352; 7429; 178197; 3714470; 375920; 62081; 10034; 13054; 5038; 3882; 1682; 3883; 310138; 6658; 4092; 25349; 542992; 306169; 2887
Version 1.0
Discipline Humanities